Rechtspraak
Hoge Raad
2026-05-19
ECLI:NL:HR:2026:762
Strafrecht
Cassatie
3,977 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:762 text/xml public 2026-05-20T00:01:10 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-19 23/03823 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:121 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:762 text/html public 2026-05-18T12:04:51 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:762 Hoge Raad , 19-05-2026 / 23/03823 Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 311.1 Sr. Dubbel verstek. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.c Sv. Kan uit (op dag voor eerste tz. in hoger beroep verzonden) e-mailbericht van raadsman aan strafgriffie hof, inhoudende dat verdachte niet ttz. aanwezig zal zijn, (gevolgd door schorsing van onderzoek voor bepaalde tijd) worden afgeleid dat verdachte tevoren bekend was met dag van tz.? Art. 432 Sv bepaalt binnen welke termijn cassatieberoep moet worden ingesteld. Hoofdregel is dat dit moet gebeuren binnen 14 dagen na einduitspraak. Die hoofdregel vindt toepassing als zich een van omstandigheden voordoet a.b.i. art. 432. Sv. Dezelfde termijn geldt als ttz. gemachtigde raadsman a.b.i. art. 279.1 Sv is verschenen (vgl. HR:2003:AE9649 en HR:2023:1363). Als zich een van deze omstandigheden voordoet waarna onderzoek ttz. (ongeacht of verdachte en/of zijn raadsman ttz. aanwezig waren) wordt geschorst voor bepaalde tijd, blijft gelden dat termijn voor het instellen van cassatieberoep loopt tot en met 14 dagen na einduitspraak. Dat is ook het geval als, na schorsing voor bepaalde tijd, verdachte en/of zijn raadsman niet op nadere tz. aanwezig zijn (vgl. HR:2008:BC6232 en HR:2023:1363). Als zich een van deze omstandigheden voordoet waarna onderzoek ttz. (ongeacht of verdachte en/of zijn raadsman ttz. aanwezig waren) wordt geschorst voor onbepaalde tijd, geldt o.g.v. art. 432.3 Sv niet zonder meer dat termijn voor instellen van cassatieberoep loopt tot en met 14 dagen na einduitspraak. Dat is slechts het geval als a) verdachte bij hervatting van onderzoek op nadere tz. is verschenen, of b) zich anderszins omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat dag van nadere tz. de verdachte tevoren bekend was, of c) bij hervatting van onderzoek ttz. een gemachtigde raadsman is verschenen (vgl. HR:2003:AG3022 en HR:2023:1363). Ttz. van 23-5-2023 waren verdachte en raadsman niet aanwezig. Gelet op inhoud van e-mail die raadsman de dag voor die tz. aan strafgriffie hof heeft verzonden, moet het er in cassatie voor worden gehouden dat verdachte tevoren met dag van die tz. bekend was. Op 23-5-2023 is onderzoek ttz. voor bepaalde tijd geschorst tot 12-9-2023. Onderzoek is hervat ttz. van 12-9-2023 en op die dag is ook arrest uitgesproken. Dit brengt mee dat cassatieberoep had moeten worden ingesteld binnen 14 dagen na ’s hofs einduitspraak van 12-9-2023. Beroep is ingesteld op 4-10-2023. HR kan daarom cassatieberoep niet in behandeling nemen. Verdachte n-o. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03823 Datum 19 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 september 2023, nummer 23-000284-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H. Polat bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep. 2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.1 De stukken houden onder meer het volgende in. - Op 22 mei 2023 heeft de raadsman van de verdachte een e-mail gestuurd aan de strafgriffie van het hof. Deze e-mail houdt onder meer in: “In opgemelde strafzaak is de (pro forma)rolzitting d.d. 24 (de Hoge Raad begrijpt: 23) mei 2023 om 11:30 uur. Langs deze weg bericht ik u dat cliënt, [verdachte] niet ter zitting aanwezig zal zijn. Helaas kan ik zelf ook niet ter zitting aanwezig zijn om u de redenen van hoger beroep in deze zaak mede te delen.” - De zaak is in hoger beroep voor de eerste maal behandeld op 23 mei 2023. Op die terechtzitting zijn de verdachte en zijn raadsman niet verschenen. Het onderzoek is vervolgens voor bepaalde tijd geschorst tot 12 september 2023. - Het onderzoek is hervat op de terechtzitting van 12 september 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn daar niet verschenen. Het arrest is op dezelfde dag uitgesproken. - Namens de verdachte is op 4 oktober 2023 beroep in cassatie ingesteld. 2.2 Artikel 432 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) luidt: “1. Het beroep in cassatie moet binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien: a. de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend; b. de verdachte op de terechtzitting of nadere terechtzitting is verschenen; c. zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was; d. de dagvaarding of oproeping binnen zes weken nadat door de verdachte hoger beroep is ingesteld, rechtsgeldig aan de verdachte is betekend met inachtneming van artikel 36g en in hoger beroep geen onvoorwaardelijke straf of maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming van langere duur meebrengt dan zes maanden. 2. In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde moet cassatie worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat het vonnis of arrest de verdachte bekend is. 3. Indien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst en de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting niet in persoon is gedaan of betekend, is de termijn bedoeld in het tweede lid van toepassing, tenzij de verdachte op de nadere terechtzitting is verschenen of zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. Indien een van deze twee uitzonderingen zich voordoet, is de termijn genoemd in de aanhef van het eerste lid van toepassing.” 2.3 Artikel 432 Sv bepaalt binnen welke termijn beroep in cassatie moet worden ingesteld. De hoofdregel is dat dit moet gebeuren binnen veertien dagen na de einduitspraak. Die hoofdregel vindt toepassing als zich een van de omstandigheden voordoet die in artikel 432 lid 1 Sv worden genoemd. De termijn van veertien dagen na de einduitspraak geldt ook als op de terechtzitting een gemachtigde raadsman als bedoeld in artikel 279 lid 1 Sv is verschenen (vgl. HR 11 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9649, rechtsoverweging 3.3 en HR 3 oktober ECLI:NL:HR:2023:1363, rechtsoverweging 2.3). 2.4.1 In het geval het onderzoek op de terechtzitting wordt geschorst, is daarnaast het volgende van belang. 2.4.2 Als zich een van de onder 2.3 bedoelde omstandigheden voordoet waarna het onderzoek op de terechtzitting, ongeacht of de verdachte en/of zijn raadsman op die zitting aanwezig waren, wordt geschorst voor bepaalde tijd, blijft gelden dat de termijn voor het instellen van beroep in cassatie loopt tot en met veertien dagen na de einduitspraak. Dat is ook het geval als, na die schorsing voor bepaalde tijd, de verdachte en/of zijn raadsman niet op de nadere terechtzitting aanwezig zijn. (Vgl. HR 11 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6232 en HR 3 oktober ECLI:NL:HR:2023:1363, rechtsoverweging 2.3.) 2.4.3 Als zich een van de onder 2.3 bedoelde omstandigheden voordoet waarna het onderzoek op de terechtzitting, ongeacht of de verdachte en/of zijn raadsman op die zitting aanwezig waren, wordt geschorst voor onbepaalde tijd, geldt op grond van artikel 432 lid 3 Sv niet zonder meer dat de termijn voor het instellen van beroep in cassatie loopt tot en met veertien dagen na de einduitspraak.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:762 text/xml public 2026-05-20T00:01:10 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-19 23/03823 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:121 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:762 text/html public 2026-05-18T12:04:51 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:762 Hoge Raad , 19-05-2026 / 23/03823 Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 311.1 Sr. Dubbel verstek. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.c Sv. Kan uit (op dag voor eerste tz. in hoger beroep verzonden) e-mailbericht van raadsman aan strafgriffie hof, inhoudende dat verdachte niet ttz. aanwezig zal zijn, (gevolgd door schorsing van onderzoek voor bepaalde tijd) worden afgeleid dat verdachte tevoren bekend was met dag van tz.? Art. 432 Sv bepaalt binnen welke termijn cassatieberoep moet worden ingesteld. Hoofdregel is dat dit moet gebeuren binnen 14 dagen na einduitspraak. Die hoofdregel vindt toepassing als zich een van omstandigheden voordoet a.b.i. art. 432. Sv. Dezelfde termijn geldt als ttz. gemachtigde raadsman a.b.i. art. 279.1 Sv is verschenen (vgl. HR:2003:AE9649 en HR:2023:1363). Als zich een van deze omstandigheden voordoet waarna onderzoek ttz. (ongeacht of verdachte en/of zijn raadsman ttz. aanwezig waren) wordt geschorst voor bepaalde tijd, blijft gelden dat termijn voor het instellen van cassatieberoep loopt tot en met 14 dagen na einduitspraak. Dat is ook het geval als, na schorsing voor bepaalde tijd, verdachte en/of zijn raadsman niet op nadere tz. aanwezig zijn (vgl. HR:2008:BC6232 en HR:2023:1363). Als zich een van deze omstandigheden voordoet waarna onderzoek ttz. (ongeacht of verdachte en/of zijn raadsman ttz. aanwezig waren) wordt geschorst voor onbepaalde tijd, geldt o.g.v. art. 432.3 Sv niet zonder meer dat termijn voor instellen van cassatieberoep loopt tot en met 14 dagen na einduitspraak. Dat is slechts het geval als a) verdachte bij hervatting van onderzoek op nadere tz. is verschenen, of b) zich anderszins omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat dag van nadere tz. de verdachte tevoren bekend was, of c) bij hervatting van onderzoek ttz. een gemachtigde raadsman is verschenen (vgl. HR:2003:AG3022 en HR:2023:1363). Ttz. van 23-5-2023 waren verdachte en raadsman niet aanwezig. Gelet op inhoud van e-mail die raadsman de dag voor die tz. aan strafgriffie hof heeft verzonden, moet het er in cassatie voor worden gehouden dat verdachte tevoren met dag van die tz. bekend was. Op 23-5-2023 is onderzoek ttz. voor bepaalde tijd geschorst tot 12-9-2023. Onderzoek is hervat ttz. van 12-9-2023 en op die dag is ook arrest uitgesproken. Dit brengt mee dat cassatieberoep had moeten worden ingesteld binnen 14 dagen na ’s hofs einduitspraak van 12-9-2023. Beroep is ingesteld op 4-10-2023. HR kan daarom cassatieberoep niet in behandeling nemen. Verdachte n-o. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03823 Datum 19 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 september 2023, nummer 23-000284-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H. Polat bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep. 2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.1 De stukken houden onder meer het volgende in. - Op 22 mei 2023 heeft de raadsman van de verdachte een e-mail gestuurd aan de strafgriffie van het hof. Deze e-mail houdt onder meer in: “In opgemelde strafzaak is de (pro forma)rolzitting d.d. 24 (de Hoge Raad begrijpt: 23) mei 2023 om 11:30 uur. Langs deze weg bericht ik u dat cliënt, [verdachte] niet ter zitting aanwezig zal zijn. Helaas kan ik zelf ook niet ter zitting aanwezig zijn om u de redenen van hoger beroep in deze zaak mede te delen.” - De zaak is in hoger beroep voor de eerste maal behandeld op 23 mei 2023. Op die terechtzitting zijn de verdachte en zijn raadsman niet verschenen. Het onderzoek is vervolgens voor bepaalde tijd geschorst tot 12 september 2023. - Het onderzoek is hervat op de terechtzitting van 12 september 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn daar niet verschenen. Het arrest is op dezelfde dag uitgesproken. - Namens de verdachte is op 4 oktober 2023 beroep in cassatie ingesteld. 2.2 Artikel 432 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) luidt: “1. Het beroep in cassatie moet binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien: a. de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend; b. de verdachte op de terechtzitting of nadere terechtzitting is verschenen; c. zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was; d. de dagvaarding of oproeping binnen zes weken nadat door de verdachte hoger beroep is ingesteld, rechtsgeldig aan de verdachte is betekend met inachtneming van artikel 36g en in hoger beroep geen onvoorwaardelijke straf of maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming van langere duur meebrengt dan zes maanden. 2. In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde moet cassatie worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat het vonnis of arrest de verdachte bekend is. 3. Indien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst en de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting niet in persoon is gedaan of betekend, is de termijn bedoeld in het tweede lid van toepassing, tenzij de verdachte op de nadere terechtzitting is verschenen of zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. Indien een van deze twee uitzonderingen zich voordoet, is de termijn genoemd in de aanhef van het eerste lid van toepassing.” 2.3 Artikel 432 Sv bepaalt binnen welke termijn beroep in cassatie moet worden ingesteld. De hoofdregel is dat dit moet gebeuren binnen veertien dagen na de einduitspraak. Die hoofdregel vindt toepassing als zich een van de omstandigheden voordoet die in artikel 432 lid 1 Sv worden genoemd. De termijn van veertien dagen na de einduitspraak geldt ook als op de terechtzitting een gemachtigde raadsman als bedoeld in artikel 279 lid 1 Sv is verschenen (vgl. HR 11 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9649, rechtsoverweging 3.3 en HR 3 oktober ECLI:NL:HR:2023:1363, rechtsoverweging 2.3). 2.4.1 In het geval het onderzoek op de terechtzitting wordt geschorst, is daarnaast het volgende van belang. 2.4.2 Als zich een van de onder 2.3 bedoelde omstandigheden voordoet waarna het onderzoek op de terechtzitting, ongeacht of de verdachte en/of zijn raadsman op die zitting aanwezig waren, wordt geschorst voor bepaalde tijd, blijft gelden dat de termijn voor het instellen van beroep in cassatie loopt tot en met veertien dagen na de einduitspraak. Dat is ook het geval als, na die schorsing voor bepaalde tijd, de verdachte en/of zijn raadsman niet op de nadere terechtzitting aanwezig zijn. (Vgl. HR 11 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6232 en HR 3 oktober ECLI:NL:HR:2023:1363, rechtsoverweging 2.3.) 2.4.3 Als zich een van de onder 2.3 bedoelde omstandigheden voordoet waarna het onderzoek op de terechtzitting, ongeacht of de verdachte en/of zijn raadsman op die zitting aanwezig waren, wordt geschorst voor onbepaalde tijd, geldt op grond van artikel 432 lid 3 Sv niet zonder meer dat de termijn voor het instellen van beroep in cassatie loopt tot en met veertien dagen na de einduitspraak.