Rechtspraak
Hoge Raad
2026-05-19
ECLI:NL:HR:2026:756
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,375 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:756 text/xml public 2026-05-20T00:01:10 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-19 23/04809 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:38 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:756 text/html public 2026-05-18T12:17:59 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:756 Hoge Raad , 19-05-2026 / 23/04809 Voorhanden hebben van wapen (art. 26.1 WWM) en diefstal (art. 310 Sr). Dubbel verstek. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. 1. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.1.b jo. 36e.2.b Sv. Blijkt uit reclasseringsrapport dat verdachte t.t.v. betekening van dagvaarding uit anderen hoofde was gedetineerd? 2. Kan klacht dat in vonnis Pr opgelegde gevangenisstraf in strijd met art. 6:1:16 Sv en art. 6 EVRM reeds ten uitvoer is gelegd, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? Ad 1. HR: art. 81.1 RO. Ad 2. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. In middel aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04809 Datum 19 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2023, nummer 21-002362-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.A. Dooijeweerd bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:756 text/xml public 2026-05-20T00:01:10 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-19 23/04809 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:38 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:756 text/html public 2026-05-18T12:17:59 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:756 Hoge Raad , 19-05-2026 / 23/04809 Voorhanden hebben van wapen (art. 26.1 WWM) en diefstal (art. 310 Sr). Dubbel verstek. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. 1. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.1.b jo. 36e.2.b Sv. Blijkt uit reclasseringsrapport dat verdachte t.t.v. betekening van dagvaarding uit anderen hoofde was gedetineerd? 2. Kan klacht dat in vonnis Pr opgelegde gevangenisstraf in strijd met art. 6:1:16 Sv en art. 6 EVRM reeds ten uitvoer is gelegd, worden aangemerkt als middel a.b.i. wet? Ad 1. HR: art. 81.1 RO. Ad 2. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen middelen a.b.i. wet. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. In middel aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04809 Datum 19 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2023, nummer 21-002362-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.A. Dooijeweerd bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026 .