Rechtspraak
Hoge Raad
2026-04-17
ECLI:NL:HR:2026:663
Civiel recht; Personen- en familierecht
Artikel 81 RO-zaken
1,135 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:663 text/xml public 2026-04-18T00:00:36 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-17 25/04369 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Civiel recht; Personen- en familierecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:207 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:663 text/html public 2026-04-17T08:58:27 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:663 Hoge Raad , 17-04-2026 / 25/04369 Art. 81 lid 1 RO. Art. 1:6 lid 1 Wvggz. Was rechtbank relatief bevoegd? Art. 6:1 lid 1 Wvggz. Kon rechtbank ervan uitgaan dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen? HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/04369 Datum 17 april 2026 BESCHIKKING In de zaak van [betrokkene], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: betrokkene, advocaat: G.E.M. Later, tegen DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND, VERWEERDER in cassatie, hierna: de officier van justitie, niet verschenen. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/19/153541 / FA RK 25-2176 van de rechtbank Noord-Nederland van 14 oktober 2025. Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:663 text/xml public 2026-04-18T00:00:36 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-17 25/04369 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Civiel recht; Personen- en familierecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:207 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:663 text/html public 2026-04-17T08:58:27 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:663 Hoge Raad , 17-04-2026 / 25/04369 Art. 81 lid 1 RO. Art. 1:6 lid 1 Wvggz. Was rechtbank relatief bevoegd? Art. 6:1 lid 1 Wvggz. Kon rechtbank ervan uitgaan dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen? HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/04369 Datum 17 april 2026 BESCHIKKING In de zaak van [betrokkene], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: betrokkene, advocaat: G.E.M. Later, tegen DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND, VERWEERDER in cassatie, hierna: de officier van justitie, niet verschenen. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/19/153541 / FA RK 25-2176 van de rechtbank Noord-Nederland van 14 oktober 2025. Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026 .