Rechtspraak
Hoge Raad
2026-01-20
ECLI:NL:HR:2026:64
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,167 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:64 text/xml public 2026-02-27T10:04:25 2026-01-16 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-20 25/03481 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1342 Rechtspraak.nl RvdW 2026/266 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:64 text/html public 2026-01-19T16:44:22 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:64 Hoge Raad , 20-01-2026 / 25/03481 Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Belgische nationaliteit) naar Turkije t.z.v. invoer van drugs vanuit België naar Turkije. 1. Beroep op schending van art. 18 Uitleveringswet en art. 12 EUV, omdat origineel of authentiek afschrift van aanhoudingsbevel ontbreekt. 2. Bevoegdheidsverdeling tussen rechter en minister. Verweer dat sprake is van dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM waartegen geen effectief rechtsmiddel openstaat a.b.i. art. 13 EVRM. HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03481 U Datum 20 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg van 6 juni 2025, nummer UTL-I-2025007032, op verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering van [de opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, hierna: de opgeëiste persoon. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft de advocaat A.M.S. Jumelet bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:64 text/xml public 2026-02-27T10:04:25 2026-01-16 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-20 25/03481 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1342 Rechtspraak.nl RvdW 2026/266 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:64 text/html public 2026-01-19T16:44:22 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:64 Hoge Raad , 20-01-2026 / 25/03481 Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Belgische nationaliteit) naar Turkije t.z.v. invoer van drugs vanuit België naar Turkije. 1. Beroep op schending van art. 18 Uitleveringswet en art. 12 EUV, omdat origineel of authentiek afschrift van aanhoudingsbevel ontbreekt. 2. Bevoegdheidsverdeling tussen rechter en minister. Verweer dat sprake is van dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM waartegen geen effectief rechtsmiddel openstaat a.b.i. art. 13 EVRM. HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03481 U Datum 20 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg van 6 juni 2025, nummer UTL-I-2025007032, op verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering van [de opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, hierna: de opgeëiste persoon. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft de advocaat A.M.S. Jumelet bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026 .