Rechtspraak
Hoge Raad
2026-04-14
ECLI:NL:HR:2026:623
Strafrecht
Cassatie
1,825 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:623 text/xml public 2026-04-14T12:50:44 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-14 25/00080 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:146 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:623 text/html public 2026-04-13T15:53:04 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:623 Hoge Raad , 14-04-2026 / 25/00080 Caribische zaak, strafrechtelijk onderzoek “Avestrus”. Medeplegen oplichting van land Aruba bij afgifte van optierechten op percelen en vestiging van erfpacht op die percelen (art. 2:305 SrA), passieve ambtelijke omkoping door geldbedrag en betalingen aan te nemen voor bouw van gym, toegangshek en verbouwing aan zijn woning (art. 2:351 SrA), en misbruik van functie door giften aan te nemen met het oog op verkrijgen van voorkeursbehandeling bij verlenen van optierechten en erfpachtrechten (art. 2:354 SrA) in periode 2014-2017 in Aruba door toenmalige minister. Vrijspraak in eerste aanleg van oplichting, deel van omkoping en misbruik van functie. Bewijsklachten oplichting, omkoping en misbruik van functie. Kon hof oordelen dat verdachte samen met anderen oplichting heeft gepleegd, nu het verdachte is die door oplichting tot afgifte is bewogen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uitgangspunt van klacht dat hof heeft geoordeeld dat verdachte zowel oplichter als degene die is bewogen tot afgifte is geweest, berust op verkeerde lezing van vonnis hof en mist feitelijke grondslag, nu hof heeft geoordeeld dat andere personen die voor land Aruba werkten (medewerkers van Directie Infrastructuur & Planning) zijn bewogen tot afgifte van optie- en erfpachtrechten en dat daarmee land Aruba is bewogen tot afgifte. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02922 C en 25/00078 C. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00080 C Datum 14 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 juli 2024, nummer H-70/23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel komt met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring van de feiten 1, 3 en 4. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.4 tot en met 2.33. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:623 text/xml public 2026-04-14T12:50:44 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-14 25/00080 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:146 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:623 text/html public 2026-04-13T15:53:04 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:623 Hoge Raad , 14-04-2026 / 25/00080 Caribische zaak, strafrechtelijk onderzoek “Avestrus”. Medeplegen oplichting van land Aruba bij afgifte van optierechten op percelen en vestiging van erfpacht op die percelen (art. 2:305 SrA), passieve ambtelijke omkoping door geldbedrag en betalingen aan te nemen voor bouw van gym, toegangshek en verbouwing aan zijn woning (art. 2:351 SrA), en misbruik van functie door giften aan te nemen met het oog op verkrijgen van voorkeursbehandeling bij verlenen van optierechten en erfpachtrechten (art. 2:354 SrA) in periode 2014-2017 in Aruba door toenmalige minister. Vrijspraak in eerste aanleg van oplichting, deel van omkoping en misbruik van functie. Bewijsklachten oplichting, omkoping en misbruik van functie. Kon hof oordelen dat verdachte samen met anderen oplichting heeft gepleegd, nu het verdachte is die door oplichting tot afgifte is bewogen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uitgangspunt van klacht dat hof heeft geoordeeld dat verdachte zowel oplichter als degene die is bewogen tot afgifte is geweest, berust op verkeerde lezing van vonnis hof en mist feitelijke grondslag, nu hof heeft geoordeeld dat andere personen die voor land Aruba werkten (medewerkers van Directie Infrastructuur & Planning) zijn bewogen tot afgifte van optie- en erfpachtrechten en dat daarmee land Aruba is bewogen tot afgifte. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02922 C en 25/00078 C. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00080 C Datum 14 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 juli 2024, nummer H-70/23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel komt met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring van de feiten 1, 3 en 4. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.4 tot en met 2.33. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026 .