Rechtspraak
Hoge Raad
2026-04-14
ECLI:NL:HR:2026:613
Strafrecht
Cassatie
1,816 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:613 text/xml public 2026-04-14T12:45:18 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-14 24/01751 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:256 In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:1456 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:613 text/html public 2026-04-14T09:36:56 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:613 Hoge Raad , 14-04-2026 / 24/01751 Verkrachting in portiek vlakbij dag- en nachtopvang, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, inhoudende dat camerabeelden de verklaring van getuige weerspreken omdat bepaalde essentiële handelingen waarover getuige heeft verklaard daarop niet terug te zien zijn, zodat zijn verklaring niet betrouwbaar is, art. 359.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft dit standpunt verworpen en heeft daaraan ten grondslag gelegd dat camerabeelden de juistheid van verklaringen van getuige niet uitsluiten, omdat verschillende handelingen hebben kunnen plaatsvinden binnen tijdsbestek van hiaten in camerabeelden. Daarnaast vinden verklaringen van getuige volgens hof voldoende steun in overige bewijsmiddelen. Daarmee heeft hof toereikend gemotiveerd waarom het is afgeweken van standpunt van verdediging. ’s Hofs oordeel dat verklaringen van getuige voldoende steun vinden in overige b.m., is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01751 Datum 14 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 april 2024, nummer 20-001227-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.T. van Berge Henegouwen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Namens de benadeelde partij heeft de advocaat F.E.L. Teerling een cassatiemiddel voorgesteld. De raadsman van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.7. 3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld en van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:613 text/xml public 2026-04-14T12:45:18 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-14 24/01751 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:256 In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:1456 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:613 text/html public 2026-04-14T09:36:56 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:613 Hoge Raad , 14-04-2026 / 24/01751 Verkrachting in portiek vlakbij dag- en nachtopvang, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, inhoudende dat camerabeelden de verklaring van getuige weerspreken omdat bepaalde essentiële handelingen waarover getuige heeft verklaard daarop niet terug te zien zijn, zodat zijn verklaring niet betrouwbaar is, art. 359.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft dit standpunt verworpen en heeft daaraan ten grondslag gelegd dat camerabeelden de juistheid van verklaringen van getuige niet uitsluiten, omdat verschillende handelingen hebben kunnen plaatsvinden binnen tijdsbestek van hiaten in camerabeelden. Daarnaast vinden verklaringen van getuige volgens hof voldoende steun in overige bewijsmiddelen. Daarmee heeft hof toereikend gemotiveerd waarom het is afgeweken van standpunt van verdediging. ’s Hofs oordeel dat verklaringen van getuige voldoende steun vinden in overige b.m., is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01751 Datum 14 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 april 2024, nummer 20-001227-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.T. van Berge Henegouwen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Namens de benadeelde partij heeft de advocaat F.E.L. Teerling een cassatiemiddel voorgesteld. De raadsman van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.7. 3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld en van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026 .