Rechtspraak
Hoge Raad
2026-04-07
ECLI:NL:HR:2026:555
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,164 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:555 text/xml public 2026-04-07T12:45:47 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-07 24/03688 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:84 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:555 text/html public 2026-04-03T14:16:52 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:555 Hoge Raad , 07-04-2026 / 24/03688 Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. eendaadse samenloop van openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en medeplegen zware mishandeling (art. 302.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, tekst van (bijsluiter van) dagvaarding in h.b. Kon hof het door verdachte ingestelde h.b. na rolzitting n-o verklaren, nu dagvaarding in h.b. inhoudt dat zaak niet inhoudelijk zou worden behandeld maar dat inhoudelijke behandeling op nadere tz. zou plaatsvinden? HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (art. 432.2 Sv). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/03688 Datum 7 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 augustus 2024, nummer 21-001394-24, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B. Kizilocak bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van [het hof/de rechtbank] beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:555 text/xml public 2026-04-07T12:45:47 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-07 24/03688 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:84 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:555 text/html public 2026-04-03T14:16:52 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:555 Hoge Raad , 07-04-2026 / 24/03688 Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. eendaadse samenloop van openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en medeplegen zware mishandeling (art. 302.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, tekst van (bijsluiter van) dagvaarding in h.b. Kon hof het door verdachte ingestelde h.b. na rolzitting n-o verklaren, nu dagvaarding in h.b. inhoudt dat zaak niet inhoudelijk zou worden behandeld maar dat inhoudelijke behandeling op nadere tz. zou plaatsvinden? HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (art. 432.2 Sv). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/03688 Datum 7 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 augustus 2024, nummer 21-001394-24, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B. Kizilocak bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van [het hof/de rechtbank] beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2026 .