Rechtspraak
Hoge Raad
2026-04-10
ECLI:NL:HR:2026:553
Civiel recht
Artikel 81 RO-zaken
1,523 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:553 text/xml public 2026-04-10T10:30:25 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 25/00560 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:7134 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1406 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:553 text/html public 2026-04-10T09:32:54 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:553 Hoge Raad , 10-04-2026 / 25/00560 Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Is onbemand tankstation gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:290 BW? Geldt daarvoor dezelfde maatstaf als geldt voor gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:230a BW? Samenhang met ECLI:NL:HR:2026:552. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/00560 Datum 10 april 2026 ARREST In de zaak van EG RETAIL (NETHERLANDS) B.V., gevestigd te Breda, EISERES tot cassatie, hierna: huurster, advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas, tegen [verhuurster] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, hierna: verhuurster, advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak 10240922 \ CV EXPL 22-6888 van de rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2023 en 5 september 2023; b. het arrest in de zaak 200.336.315/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024. Huurster heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Verhuurster heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van huurster hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie) . 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt EG Retail (Netherlands) B.V. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurster] B.V. begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien EG Retail (Netherlands) B.V. deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 april 2026 . Deze zaak hangt samen met de zaak 25/00557 tussen dezelfde partijen, waarin vandaag eveneens uitspraak is gedaan: ECLI:NL:HR:2026:552.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:553 text/xml public 2026-04-10T10:30:25 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 25/00560 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:7134 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1406 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:553 text/html public 2026-04-10T09:32:54 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:553 Hoge Raad , 10-04-2026 / 25/00560 Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Is onbemand tankstation gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:290 BW? Geldt daarvoor dezelfde maatstaf als geldt voor gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:230a BW? Samenhang met ECLI:NL:HR:2026:552. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/00560 Datum 10 april 2026 ARREST In de zaak van EG RETAIL (NETHERLANDS) B.V., gevestigd te Breda, EISERES tot cassatie, hierna: huurster, advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas, tegen [verhuurster] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, hierna: verhuurster, advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak 10240922 \ CV EXPL 22-6888 van de rechtbank Noord-Nederland van 28 februari 2023 en 5 september 2023; b. het arrest in de zaak 200.336.315/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024. Huurster heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Verhuurster heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van huurster hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie) . 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt EG Retail (Netherlands) B.V. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurster] B.V. begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien EG Retail (Netherlands) B.V. deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 april 2026 . Deze zaak hangt samen met de zaak 25/00557 tussen dezelfde partijen, waarin vandaag eveneens uitspraak is gedaan: ECLI:NL:HR:2026:552.