Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-27
ECLI:NL:HR:2026:545
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
1,020 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:545 text/xml public 2026-03-28T00:01:50 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-27 25/04401 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2025:7368 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026032707 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:545 text/html public 2026-03-27T13:41:55 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:545 Hoge Raad , 27-03-2026 / 25/04401 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/04401 Datum 27 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P] op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2025, nr. BK-ARN 23/2673 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 23/2512) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. ECLI:NL:GHARL:2025:7368.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:545 text/xml public 2026-03-28T00:01:50 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-27 25/04401 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2025:7368 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026032707 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:545 text/html public 2026-03-27T13:41:55 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:545 Hoge Raad , 27-03-2026 / 25/04401 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/04401 Datum 27 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P] op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2025, nr. BK-ARN 23/2673 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 23/2512) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. ECLI:NL:GHARL:2025:7368.