Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-27
ECLI:NL:HR:2026:544
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
1,812 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:544 text/xml public 2026-03-28T00:01:50 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-27 25/04290 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2025:2156 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026032709 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:544 text/html public 2026-03-27T13:35:11 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:544 Hoge Raad , 27-03-2026 / 25/04290 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/04290 Datum 27 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P], op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 oktober 2025, nrs. BK-25/66 tot en met BK-25/69 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 24/3772, SGR 24/3773, SGR 24/3775 en SGR 24/3776) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2013 en 2014 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente, en de aan belanghebbende voor de jaren 2015 en 2016 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. ECLI:NL:GHDHA:2025:2156.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:544 text/xml public 2026-04-09T10:04:52 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-27 25/04290 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2025:2156 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026032709 FutD 2026-0529 V-N Vandaag 2026/590 V-N 2026/16.17.21 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:544 text/html public 2026-03-27T13:35:11 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:544 Hoge Raad , 27-03-2026 / 25/04290 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/04290 Datum 27 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P], op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 oktober 2025, nrs. BK-25/66 tot en met BK-25/69 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 24/3772, SGR 24/3773, SGR 24/3775 en SGR 24/3776) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2013 en 2014 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente, en de aan belanghebbende voor de jaren 2015 en 2016 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. ECLI:NL:GHDHA:2025:2156.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:544 text/xml public 2026-03-28T00:01:50 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-27 25/04290 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2025:2156 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026032709 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:544 text/html public 2026-03-27T13:35:11 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:544 Hoge Raad , 27-03-2026 / 25/04290 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/04290 Datum 27 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P], op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 oktober 2025, nrs. BK-25/66 tot en met BK-25/69 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 24/3772, SGR 24/3773, SGR 24/3775 en SGR 24/3776) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2013 en 2014 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente, en de aan belanghebbende voor de jaren 2015 en 2016 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. ECLI:NL:GHDHA:2025:2156.