Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-27
ECLI:NL:HR:2026:542
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
967 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:542 text/xml public 2026-03-28T00:01:22 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-27 25/03527 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2025:1240 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:542 text/html public 2026-03-27T13:28:25 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:542 Hoge Raad , 27-03-2026 / 25/03527 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03527 Datum 27 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 augustus 2025, nr. 24/1851 WW , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. 24/78) betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Werkloosheidswet. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. ECLI:NL:CRVB:2025:1240.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:542 text/xml public 2026-03-28T00:01:22 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-27 25/03527 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2025:1240 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:542 text/html public 2026-03-27T13:28:25 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:542 Hoge Raad , 27-03-2026 / 25/03527 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03527 Datum 27 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 augustus 2025, nr. 24/1851 WW , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. 24/78) betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Werkloosheidswet. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. ECLI:NL:CRVB:2025:1240.