Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-27
ECLI:NL:HR:2026:530
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
909 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:530 text/xml public 2026-03-28T00:01:18 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-27 25/03567 Uitspraak Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In sprongcassatie op: ECLI:NL:RBZWB:2025:5645 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:530 text/html public 2026-03-27T11:27:56 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:530 Hoge Raad , 27-03-2026 / 25/03567 HR verklaart het beroep in cassatie n-o. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03567 Datum 27 maart 2026 ARREST op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 augustus 2025, nr. BRE 22/4142 . 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 16 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na dagtekening van deze brief te herstellen. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft niet gereageerd. Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. ECLI:NL:RBZWB:2025:5645.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:530 text/xml public 2026-03-28T00:01:18 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-27 25/03567 Uitspraak Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In sprongcassatie op: ECLI:NL:RBZWB:2025:5645 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:530 text/html public 2026-03-27T11:27:56 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:530 Hoge Raad , 27-03-2026 / 25/03567 HR verklaart het beroep in cassatie n-o. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03567 Datum 27 maart 2026 ARREST op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 augustus 2025, nr. BRE 22/4142 . 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 16 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na dagtekening van deze brief te herstellen. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft niet gereageerd. Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. ECLI:NL:RBZWB:2025:5645.