Rechtspraak
Hoge Raad
2026-01-13
ECLI:NL:HR:2026:51
Strafrecht
Cassatie
4,083 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:51 text/xml public 2026-04-15T09:23:40 2026-01-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-13 24/00846 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:1138 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1169 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0009 NJB 2026/197 NJ 2026/60 RvdW 2026/221 NTS 2026/15 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:51 text/html public 2026-01-13T14:29:25 2026-01-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:51 Hoge Raad , 13-01-2026 / 24/00846 Poging tot zware mishandeling door 14-jarige jongen een kopstoot te geven door 20-jarige verdachte, art. 302.1 Sr. Bewijsklacht opzet. Heeft verdachte door het geven van kopstoot bewust aanmerkelijke kans aanvaard dat aangever daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2003:AE9049 en HR:2018:718 m.b.t. voorwaardelijk opzet op gevolg. Hof (dat verdachte heeft veroordeeld voor poging tot zware mishandeling) heeft vastgesteld dat verdachte de aangever heeft vastgepakt en hem kopstoot in zijn gezicht heeft gegeven, waardoor aangever een harde klap tegen zijn neus voelde, duizelig werd en neusbreuk opliep. Deze vaststellingen vormen onvoldoende grond voor oordeel dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aangever door het geven van kopstoot zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Daarbij is van belang dat hof i.v.m. die kans geen nadere vaststellingen heeft gedaan over omstandigheden waaronder kopstoot is gegeven, zoals over kracht en gerichtheid waarmee deze is toegebracht. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/00845 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00846 Datum 13 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 maart 2024, nummer 22-001841-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. Lamers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van de poging tot zware mishandeling wat betreft het opzet ontoereikend is gemotiveerd. 2.2.1 Ten laste van de verdachte is subsidiair bewezenverklaard dat: “hij op 10 november 2021 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [aangever] meermalen in het gezicht heeft geslagen en die [aangever] een kopstoot heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.” 2.2.2 Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer PL1700-2021351103-3, pagina's 4 t/m 6 inclusief bijlage bij het proces-verbaal met nummer PL1700-2021351103, inhoudende als verklaring van [aangever] : Pleegdatum/tijd: 10 november 2021. Ik doe aangifte van mishandeling. Ik zit op school in [plaats] . (...) Ik zag dat er vervolgens twee jongens de trap opliepen en naar ons toekwamen. (...) De andere man kende ik niet. Hij zag er als volgt uit: licht getint, ong. 25 à 30 jaar, ong. 1.80 centimeter lang, kort zwart haar, bril, zwarte pufferjas met capuchon, zwarte broek en zwarte sneakers. (...) Vervolgens kreeg ik van de man een paar platte handen in het gezicht. Ik voelde de harde klappen op mijn wang. (...) Toen pakte diezelfde man mij weer bij mijn jas met zijn beide armen en gaf hij mij een kopstoot in het gezicht. Ik voelde hierdoor een harde klap tegen mijn neus en werd hierdoor erg duizelig. 2. Een geschrift bevattende medische informatie betreffende [aangever] van 17 december 2021, opgemaakt door de [forensisch arts] , inhoudende: Objectieve bevindingen: op 10 november werd betrokkene op de SEH gezien. (...) Bij beeldvormend onderzoek aanwijzingen voor een neusbreuk met scheefstand naar rechts. Op 15/11 werd de neusbreuk bevestigd en door de KNO-arts rechtgezet. Geschatte genezingsduur: ten minste 6 weken. Kans op blijvende scheefstand neus, mogelijk operatief ingrijpen na 18e levensjaar. 3. Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer PL1700-2021351103-7, pagina’s 12 t/m 15 inclusief bijlage bij het proces-verbaal met nummer PL1700-2021351103, inhoudende als relaas van de [verbalisant 1] : Naar aanleiding van het strafbare feit zijn op 10 november 2021 bij de school de beelden gevorderd. (...) Ik zag dat rechtsboven in het beeld een datum en een tijd waren vermeld. Ik zag dat de datum 10 november 2021 was. (...) Dader: man, Noord-Afrikaans uiterlijk, ongeveer 25 jaar oud, kort zwart haar, snorretje en klein sikje, draagt bril met gekleurde glazen, draagt een donkere broek, donker gewatteerde jack en zwarte schoenen. Deze persoon zal dader worden genoemd. (...) Dader en persoon 1 komen naar buiten. Dader heeft met zijn rechterhand een jongen bij zijn nek vast. Signalement van deze jongen: ongeveer 14-15 jaar oud, zwart haar, draagt een zwarte trui met witte opdruk, zwarte broek en een zwart kort jack. Ik zal deze jongen verder als slachtoffer 1 benoemen. (...) Dader slaat meerdere malen slachtoffer 1 met een vlakke hand in het gelaat. (...) Dader pakt slachtoffer 1 met zijn linkerhand vast bij de achterzijde van zijn nek. Het hoofd van dader 1 gaat kort naar achter en gelijk naar voren in de richting van het gezicht van slachtoffer 1. (...) Dader loopt naar slachtoffer 1, spreekt hem aan en geeft hem met zijn linkerhand een klap in zijn gelaat. 4. Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer PL1700-2021351103-31, pagina 24 bij het proces-verbaal met nummer PL1700-2021351103, inhoudende als relaas van [verbalisant 2] : Ik keek de camerabeelden van de mishandeling gepleegd op 10 november 2021 in [plaats] uit. (...) Dit aanvullend proces-verbaal moet specifiek gaan over het gedeelte waar de kopstoot wordt uitgedeeld door de [verdachte] . (...) Slachtoffer 1 is ook wel bekend bij ons als [aangever] . (...) De verdachte pakt slachtoffer 1 met zijn linkerhand vast bij de achterzijde van zijn nek. Het hoofd van de verdachte gaat kort naar achter en gelijk naar voren in de richting van het gezicht van slachtoffer 1. Slachtoffer 1 beweegt zijn hoofd daarna in een snelle beweging naar achter waarna hij naar achter stapt. De verdachte neemt een stap in de richting van slachtoffer 1 waarna hij met zijn linkerhand slachtoffer 1 in het gezicht slaat. 5. Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer PL1700-2021351103-20, pagina’s 49 t/m 54 bij het proces-verbaal met nummer PL1700-2021351103, inhoudende als verklaring van [verdachte] : Ik ben op eigen initiatief met mijn domme kop naar mijn broertje zijn school gegaan. (...) Ik heb toen een klap uitgedeeld aan allebei de jongens. (...) Ik heb jullie gezegd dat ik klappen heb gegeven. (...) Ik sloeg met open handen.” 2.2.3 Het door het hof bevestigde vonnis van de politierechter houdt over de bewezenverklaring in: “Op grond van de hiervoor weergegeven inhoud van de wettige bewijsmiddelen, opleverende de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan op de wijze zoals hierna is vermeld. Hierbij is tevens in aanmerking genomen dat de politierechter - evenals de officier van justitie - van oordeel is dat de verdachte door het geven van een kopstoot aan aangever bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangever daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.” 2.3.1 Bij de beoordeling van het cassatiemiddel moet het volgende worden vooropgesteld. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier zwaar lichamelijk letsel – is aanwezig wanneer de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:51 text/xml public 2026-04-15T09:23:40 2026-01-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-13 24/00846 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:1138 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1169 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0009 NJB 2026/197 NJ 2026/60 RvdW 2026/221 NTS 2026/15 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:51 text/html public 2026-01-13T14:29:25 2026-01-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:51 Hoge Raad , 13-01-2026 / 24/00846 Poging tot zware mishandeling door 14-jarige jongen een kopstoot te geven door 20-jarige verdachte, art. 302.1 Sr. Bewijsklacht opzet. Heeft verdachte door het geven van kopstoot bewust aanmerkelijke kans aanvaard dat aangever daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2003:AE9049 en HR:2018:718 m.b.t. voorwaardelijk opzet op gevolg. Hof (dat verdachte heeft veroordeeld voor poging tot zware mishandeling) heeft vastgesteld dat verdachte de aangever heeft vastgepakt en hem kopstoot in zijn gezicht heeft gegeven, waardoor aangever een harde klap tegen zijn neus voelde, duizelig werd en neusbreuk opliep. Deze vaststellingen vormen onvoldoende grond voor oordeel dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aangever door het geven van kopstoot zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Daarbij is van belang dat hof i.v.m. die kans geen nadere vaststellingen heeft gedaan over omstandigheden waaronder kopstoot is gegeven, zoals over kracht en gerichtheid waarmee deze is toegebracht. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/00845 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00846 Datum 13 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 maart 2024, nummer 22-001841-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. Lamers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van de poging tot zware mishandeling wat betreft het opzet ontoereikend is gemotiveerd. 2.2.1 Ten laste van de verdachte is subsidiair bewezenverklaard dat: “hij op 10 november 2021 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [aangever] meermalen in het gezicht heeft geslagen en die [aangever] een kopstoot heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.” 2.2.2 Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer PL1700-2021351103-3, pagina's 4 t/m 6 inclusief bijlage bij het proces-verbaal met nummer PL1700-2021351103, inhoudende als verklaring van [aangever] : Pleegdatum/tijd: 10 november 2021. Ik doe aangifte van mishandeling. Ik zit op school in [plaats] . (...) Ik zag dat er vervolgens twee jongens de trap opliepen en naar ons toekwamen. (...) De andere man kende ik niet. Hij zag er als volgt uit: licht getint, ong. 25 à 30 jaar, ong. 1.80 centimeter lang, kort zwart haar, bril, zwarte pufferjas met capuchon, zwarte broek en zwarte sneakers. (...) Vervolgens kreeg ik van de man een paar platte handen in het gezicht. Ik voelde de harde klappen op mijn wang. (...) Toen pakte diezelfde man mij weer bij mijn jas met zijn beide armen en gaf hij mij een kopstoot in het gezicht. Ik voelde hierdoor een harde klap tegen mijn neus en werd hierdoor erg duizelig. 2. Een geschrift bevattende medische informatie betreffende [aangever] van 17 december 2021, opgemaakt door de [forensisch arts] , inhoudende: Objectieve bevindingen: op 10 november werd betrokkene op de SEH gezien. (...) Bij beeldvormend onderzoek aanwijzingen voor een neusbreuk met scheefstand naar rechts. Op 15/11 werd de neusbreuk bevestigd en door de KNO-arts rechtgezet. Geschatte genezingsduur: ten minste 6 weken. Kans op blijvende scheefstand neus, mogelijk operatief ingrijpen na 18e levensjaar. 3. Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer PL1700-2021351103-7, pagina’s 12 t/m 15 inclusief bijlage bij het proces-verbaal met nummer PL1700-2021351103, inhoudende als relaas van de [verbalisant 1] : Naar aanleiding van het strafbare feit zijn op 10 november 2021 bij de school de beelden gevorderd. (...) Ik zag dat rechtsboven in het beeld een datum en een tijd waren vermeld. Ik zag dat de datum 10 november 2021 was. (...) Dader: man, Noord-Afrikaans uiterlijk, ongeveer 25 jaar oud, kort zwart haar, snorretje en klein sikje, draagt bril met gekleurde glazen, draagt een donkere broek, donker gewatteerde jack en zwarte schoenen. Deze persoon zal dader worden genoemd. (...) Dader en persoon 1 komen naar buiten. Dader heeft met zijn rechterhand een jongen bij zijn nek vast. Signalement van deze jongen: ongeveer 14-15 jaar oud, zwart haar, draagt een zwarte trui met witte opdruk, zwarte broek en een zwart kort jack. Ik zal deze jongen verder als slachtoffer 1 benoemen. (...) Dader slaat meerdere malen slachtoffer 1 met een vlakke hand in het gelaat. (...) Dader pakt slachtoffer 1 met zijn linkerhand vast bij de achterzijde van zijn nek. Het hoofd van dader 1 gaat kort naar achter en gelijk naar voren in de richting van het gezicht van slachtoffer 1. (...) Dader loopt naar slachtoffer 1, spreekt hem aan en geeft hem met zijn linkerhand een klap in zijn gelaat. 4. Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer PL1700-2021351103-31, pagina 24 bij het proces-verbaal met nummer PL1700-2021351103, inhoudende als relaas van [verbalisant 2] : Ik keek de camerabeelden van de mishandeling gepleegd op 10 november 2021 in [plaats] uit. (...) Dit aanvullend proces-verbaal moet specifiek gaan over het gedeelte waar de kopstoot wordt uitgedeeld door de [verdachte] . (...) Slachtoffer 1 is ook wel bekend bij ons als [aangever] . (...) De verdachte pakt slachtoffer 1 met zijn linkerhand vast bij de achterzijde van zijn nek. Het hoofd van de verdachte gaat kort naar achter en gelijk naar voren in de richting van het gezicht van slachtoffer 1. Slachtoffer 1 beweegt zijn hoofd daarna in een snelle beweging naar achter waarna hij naar achter stapt. De verdachte neemt een stap in de richting van slachtoffer 1 waarna hij met zijn linkerhand slachtoffer 1 in het gezicht slaat. 5. Het proces-verbaal van de politie, eenheid Rotterdam, nummer PL1700-2021351103-20, pagina’s 49 t/m 54 bij het proces-verbaal met nummer PL1700-2021351103, inhoudende als verklaring van [verdachte] : Ik ben op eigen initiatief met mijn domme kop naar mijn broertje zijn school gegaan. (...) Ik heb toen een klap uitgedeeld aan allebei de jongens. (...) Ik heb jullie gezegd dat ik klappen heb gegeven. (...) Ik sloeg met open handen.” 2.2.3 Het door het hof bevestigde vonnis van de politierechter houdt over de bewezenverklaring in: “Op grond van de hiervoor weergegeven inhoud van de wettige bewijsmiddelen, opleverende de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan op de wijze zoals hierna is vermeld. Hierbij is tevens in aanmerking genomen dat de politierechter - evenals de officier van justitie - van oordeel is dat de verdachte door het geven van een kopstoot aan aangever bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangever daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.” 2.3.1 Bij de beoordeling van het cassatiemiddel moet het volgende worden vooropgesteld. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier zwaar lichamelijk letsel – is aanwezig wanneer de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden.