Rechtspraak
Hoge Raad
2026-01-20
ECLI:NL:HR:2026:45
Strafrecht
Cassatie
1,178 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:45 text/xml public 2026-02-27T10:04:24 2026-01-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-20 24/04421 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:3137 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1180 Rechtspraak.nl RvdW 2026/263 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:45 text/html public 2026-01-20T14:51:05 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:45 Hoge Raad , 20-01-2026 / 24/04421 Beslissing van wrakingskamer hof tot niet-ontvankelijkverklaring van hoger beroep tegen afwijzing van wrakingsverzoek a.b.i. art. 512 Sv door Rb. Ontvankelijkheid cassatieberoep, beroep op doorbreking van rechtsmiddelenverbod. O.g.v. art. 515.5 Sv staat tegen beslissing op verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat cassatieberoep (dat is gericht tegen niet-ontvankelijkverklaring van h.b. tegen afwijzing door Rb van verzoek tot wraking) n-o is. Verzoeker n-o. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/04421 Datum 20 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, zaaknummer 200.347.685/01, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [verzoeker] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, hierna: de verzoeker. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft de advocaat Y. Moszkowicz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep. De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Op grond van artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep –dat is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot wraking – niet‑ontvankelijk is. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:45 text/xml public 2026-02-27T10:04:24 2026-01-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-20 24/04421 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:3137 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1180 Rechtspraak.nl RvdW 2026/263 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:45 text/html public 2026-01-20T14:51:05 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:45 Hoge Raad , 20-01-2026 / 24/04421 Beslissing van wrakingskamer hof tot niet-ontvankelijkverklaring van hoger beroep tegen afwijzing van wrakingsverzoek a.b.i. art. 512 Sv door Rb. Ontvankelijkheid cassatieberoep, beroep op doorbreking van rechtsmiddelenverbod. O.g.v. art. 515.5 Sv staat tegen beslissing op verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat cassatieberoep (dat is gericht tegen niet-ontvankelijkverklaring van h.b. tegen afwijzing door Rb van verzoek tot wraking) n-o is. Verzoeker n-o. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/04421 Datum 20 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, zaaknummer 200.347.685/01, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [verzoeker] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, hierna: de verzoeker. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft de advocaat Y. Moszkowicz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep. De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Op grond van artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep –dat is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot wraking – niet‑ontvankelijk is. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026 .