Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-17
ECLI:NL:HR:2026:446
Strafrecht
Cassatie
2,014 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:446 text/xml public 2026-03-30T09:53:03 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-17 23/04186 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2023:9044 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:29 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:446 text/html public 2026-03-17T15:18:08 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:446 Hoge Raad , 17-03-2026 / 23/04186 Belediging van politieagent, art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr. Bewijsklacht. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat verbalisant in uniform was gekleed en dat verdachte zich heeft omgedraaid en verbalisant heeft aangekeken toen hij bewezenverklaarde bewoordingen uitte? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04185. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04186 Datum 17 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2023, nummer 21-001570-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat L.E.G. van der Hut bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van twintig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:446 text/xml public 2026-04-17T10:03:27 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-17 23/04186 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2023:9044 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:29 Rechtspraak.nl RvdW 2026/457 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:446 text/html public 2026-03-17T15:18:08 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:446 Hoge Raad , 17-03-2026 / 23/04186 Belediging van politieagent, art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr. Bewijsklacht. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat verbalisant in uniform was gekleed en dat verdachte zich heeft omgedraaid en verbalisant heeft aangekeken toen hij bewezenverklaarde bewoordingen uitte? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04185. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04186 Datum 17 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2023, nummer 21-001570-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat L.E.G. van der Hut bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van twintig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:446 text/xml public 2026-03-30T09:53:03 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-17 23/04186 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2023:9044 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:29 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:446 text/html public 2026-03-17T15:18:08 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:446 Hoge Raad , 17-03-2026 / 23/04186 Belediging van politieagent, art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr. Bewijsklacht. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat verbalisant in uniform was gekleed en dat verdachte zich heeft omgedraaid en verbalisant heeft aangekeken toen hij bewezenverklaarde bewoordingen uitte? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04185. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04186 Datum 17 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2023, nummer 21-001570-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat L.E.G. van der Hut bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van twintig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2026 .