Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-13
ECLI:NL:HR:2026:404
Bestuursrecht; Belastingrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,701 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:404 text/xml public 2026-03-14T10:04:15 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-13 24/01009 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:1865 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026031304 NDFR Nieuws 2026/400 V-N Vandaag 2026/461 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:404 text/html public 2026-03-12T15:17:35 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:404 Hoge Raad , 13-03-2026 / 24/01009 BOBOG; netto-inkomen belanghebbende bedraagt minder dan 95 procent van de in dit geval relevante maximale bijstandsnorm voor een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/01009 Datum 13 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 maart 2024, nrs. BK-ARN 24/309, 24/310, 24/311 en 24/312 , op het verzoek van belanghebbende tot het treffen van een voorlopige voorziening en het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 22/3247, 22/3249 en 22/3251). 1 Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. 2 De heffing van griffierecht in cassatie 2.1 Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan met betrekking tot het voor de cassatieprocedure verschuldigde griffierecht. De griffier van de Hoge Raad heeft naar aanleiding daarvan informatie bij belanghebbende ingewonnen, en heeft in de verstrekte informatie geen aanleiding gezien van heffing van griffierecht af te zien. Belanghebbende heeft het griffierecht onder protest betaald. 2.2 De Hoge Raad is van oordeel dat de griffier terecht geen aanleiding heeft gezien van heffing van griffierecht af te zien. Op grond van de door belanghebbende overgelegde documenten acht de Hoge Raad namelijk niet aannemelijk dat zijn maandelijkse netto-inkomen in de hier van belang zijnde periode minder bedraagt dan 95 procent van de in dit geval relevante (maximale) bijstandsnorm voor een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd. 3 Beoordeling van de klachten De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 5 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026. ECLI:NL:GHARL:2024:1865. Vgl. HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1651, rechtsoverweging 2.2.4.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:404 text/xml public 2026-03-14T10:04:15 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-13 24/01009 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:1865 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026031304 NDFR Nieuws 2026/400 V-N Vandaag 2026/461 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:404 text/html public 2026-03-12T15:17:35 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:404 Hoge Raad , 13-03-2026 / 24/01009 BOBOG; netto-inkomen belanghebbende bedraagt minder dan 95 procent van de in dit geval relevante maximale bijstandsnorm voor een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/01009 Datum 13 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 maart 2024, nrs. BK-ARN 24/309, 24/310, 24/311 en 24/312 , op het verzoek van belanghebbende tot het treffen van een voorlopige voorziening en het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 22/3247, 22/3249 en 22/3251). 1 Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. 2 De heffing van griffierecht in cassatie 2.1 Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan met betrekking tot het voor de cassatieprocedure verschuldigde griffierecht. De griffier van de Hoge Raad heeft naar aanleiding daarvan informatie bij belanghebbende ingewonnen, en heeft in de verstrekte informatie geen aanleiding gezien van heffing van griffierecht af te zien. Belanghebbende heeft het griffierecht onder protest betaald. 2.2 De Hoge Raad is van oordeel dat de griffier terecht geen aanleiding heeft gezien van heffing van griffierecht af te zien. Op grond van de door belanghebbende overgelegde documenten acht de Hoge Raad namelijk niet aannemelijk dat zijn maandelijkse netto-inkomen in de hier van belang zijnde periode minder bedraagt dan 95 procent van de in dit geval relevante (maximale) bijstandsnorm voor een alleenstaande tot de AOW-gerechtigde leeftijd. 3 Beoordeling van de klachten De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 5 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026. ECLI:NL:GHARL:2024:1865. Vgl. HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1651, rechtsoverweging 2.2.4.