Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-10
ECLI:NL:HR:2026:378
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,087 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:378 text/xml public 2026-04-10T10:03:25 2026-03-08 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 24/00693 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:25 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:579 Rechtspraak.nl RvdW 2026/427 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:378 text/html public 2026-03-09T10:03:35 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:378 Hoge Raad , 10-03-2026 / 24/00693 Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr) en diefstal (art. 310 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.1.b.2 Sv. Had dagvaarding in h.b. moeten worden betekend op het door verdachte bij het instellen van h.b. opgegeven domicilieadres (kantooradres van zijn raadsvrouw) in akte instellen h.b.? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00693 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2024, nummer 22-002182-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N. Roos bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:378 text/xml public 2026-04-10T10:03:25 2026-03-08 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 24/00693 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:25 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:579 Rechtspraak.nl RvdW 2026/427 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:378 text/html public 2026-03-09T10:03:35 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:378 Hoge Raad , 10-03-2026 / 24/00693 Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr) en diefstal (art. 310 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.1.b.2 Sv. Had dagvaarding in h.b. moeten worden betekend op het door verdachte bij het instellen van h.b. opgegeven domicilieadres (kantooradres van zijn raadsvrouw) in akte instellen h.b.? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00693 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2024, nummer 22-002182-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N. Roos bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .