Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-06
ECLI:NL:HR:2026:363
Civiel recht
Artikel 81 RO-zaken
742 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:HR:2026:363 text/xml public 2026-03-07T00:01:05 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-06 25/00575 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Civiel recht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1294 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:2384 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:363 text/html public 2026-03-06T09:32:09 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:363 Hoge Raad , 06-03-2026 / 25/00575 Art. 81 lid 1 RO. Arbitrage. Exequaturprocedure. Klachten tegen oordeel van hof dat arbitraal vonnis in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/00575 Datum 6 maart 2026 BESCHIKKING In de zaak van ANTRIX CORPORATION LIMITED, gevestigd te Bengalaru (Karnata), India, VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: Antrix, advocaten: J.W.M.K. Meijer, F.J.L. Kaptein en M.H.K. Jansen, tegen DEVAS MULTIMEDIA AMERICA INC., gevestigd te Wilmington (Delaware), Verenigde Staten van Amerika, VERWEERSTER in cassatie, hierna: DMAI, advocaat: B.M.H. Fleuren. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikkingen in de zaak C/09/619394 / KG RK 21-1251 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 20 april 2022 en 18 juli 2023; b. de beschikking in de zaak 200.332.942/01 van het gerechtshof Den Haag van 17 december 2024. Antrix heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. DMAI heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. Antrix heeft, met toestemming van de rolraadsheer, nog een verweerschrift in het beroep op niet-ontvankelijkheid ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt primair tot niet-ontvankelijkheid en subsidiair tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van Antrix hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt Antrix in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DMAI begroot op € 905,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Antrix deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 maart 2026 .