Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-06
ECLI:NL:HR:2026:360
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
929 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:360 text/xml public 2026-03-07T00:01:18 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-06 25/03703 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2025:1144 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:360 text/html public 2026-03-05T15:52:44 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:360 Hoge Raad , 06-03-2026 / 25/03703 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03703 Datum 6 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 juli 2025, nrs. 24/2112 ZW en 24/2113 WIA, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 maart 2025. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:360 text/xml public 2026-03-07T00:01:18 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-06 25/03703 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2025:1144 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:360 text/html public 2026-03-05T15:52:44 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:360 Hoge Raad , 06-03-2026 / 25/03703 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03703 Datum 6 maart 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 juli 2025, nrs. 24/2112 ZW en 24/2113 WIA, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 maart 2025. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.