Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-10
ECLI:NL:HR:2026:338
Strafrecht
Cassatie
2,315 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:338 text/xml public 2026-03-13T17:23:33 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 25/00326 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1382 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0079 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:338 text/html public 2026-03-09T17:05:50 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:338 Hoge Raad , 10-03-2026 / 25/00326 Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klaagster en anderen op woningen, perceel bouwgrond, auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vordering in Luxemburg, Zwitserland en België t.l.v. anderen i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek “Milwaukee” t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Derdenbeslag. Heeft Rb (economische raadkamer) door te overwegen dat zij het niet hoogst onwaarschijnlijk acht dat strafrechter verplichting tot betaling van geldboete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel zal opleggen, juiste maatstaf toegepast? Om redenen vermeld in HR:2026:337 slaagt middel. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00320 B, 25/00321 B, 25/00322 B, 25/00328 B, 25/00330 B, 25/00331 B, 25/00332 B, 25/00333 B, 25/00334 B en 25/00335 B. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00326 B Datum 10 maart 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028298, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] LTD, gevestigd in [vestigingsplaats] (Malta), hierna: de klaagster. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00328 B, ECLI:NL:HR:2026:337. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede tot en met het zesde cassatiemiddel niet nodig. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:338 text/xml public 2026-04-10T10:02:51 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 25/00326 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1382 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0079 RvdW 2026/435 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:338 text/html public 2026-03-09T17:05:50 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:338 Hoge Raad , 10-03-2026 / 25/00326 Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klaagster en anderen op woningen, perceel bouwgrond, auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vordering in Luxemburg, Zwitserland en België t.l.v. anderen i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek “Milwaukee” t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Derdenbeslag. Heeft Rb (economische raadkamer) door te overwegen dat zij het niet hoogst onwaarschijnlijk acht dat strafrechter verplichting tot betaling van geldboete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel zal opleggen, juiste maatstaf toegepast? Om redenen vermeld in HR:2026:337 slaagt middel. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00320 B, 25/00321 B, 25/00322 B, 25/00328 B, 25/00330 B, 25/00331 B, 25/00332 B, 25/00333 B, 25/00334 B en 25/00335 B. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00326 B Datum 10 maart 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028298, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] LTD, gevestigd in [vestigingsplaats] (Malta), hierna: de klaagster. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00328 B, ECLI:NL:HR:2026:337. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede tot en met het zesde cassatiemiddel niet nodig. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:338 text/xml public 2026-04-10T10:02:51 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 25/00326 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1382 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0079 RvdW 2026/435 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:338 text/html public 2026-03-09T17:05:50 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:338 Hoge Raad , 10-03-2026 / 25/00326 Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klaagster en anderen op woningen, perceel bouwgrond, auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vordering in Luxemburg, Zwitserland en België t.l.v. anderen i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek “Milwaukee” t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Derdenbeslag. Heeft Rb (economische raadkamer) door te overwegen dat zij het niet hoogst onwaarschijnlijk acht dat strafrechter verplichting tot betaling van geldboete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel zal opleggen, juiste maatstaf toegepast? Om redenen vermeld in HR:2026:337 slaagt middel. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00320 B, 25/00321 B, 25/00322 B, 25/00328 B, 25/00330 B, 25/00331 B, 25/00332 B, 25/00333 B, 25/00334 B en 25/00335 B. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00326 B Datum 10 maart 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028298, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] LTD, gevestigd in [vestigingsplaats] (Malta), hierna: de klaagster. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00328 B, ECLI:NL:HR:2026:337. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede tot en met het zesde cassatiemiddel niet nodig. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .