Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-10
ECLI:NL:HR:2026:336
Strafrecht
Cassatie
2,617 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:336 text/xml public 2026-03-13T17:23:35 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 25/00335 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1378 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0081 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:336 text/html public 2026-03-10T11:04:58 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:336 Hoge Raad , 10-03-2026 / 25/00335 Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klaagster en anderen op woningen, perceel bouwgrond, auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vordering in Luxemburg, Zwitserland en België t.l.v. klaagster en anderen i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek “Milwaukee” t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Kon Rb (economische raadkamer) - in het licht van aangevoerde over wanverhouding tussen waarde van inbeslaggenomen voorwerpen en te verwachten hoogte van mogelijk op te leggen betalingsverplichting - oordelen dat beslag niet in strijd is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit omdat zij niet kan vaststellen dat sprake is van ‘overbeslag’? Om redenen vermeld in HR:2026:334 slagen middelen in zoverre. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00320 B, 25/00321 B, 25/00322 B, 25/00326 B, 25/00328 B, 25/00330 B, 25/00331 B, 25/00332 B, 25/00333 B en 25/00334 B. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00335 B Datum 10 maart 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028263, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de klaagster. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan. De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel 2.1 De cassatiemiddelen klagen onder meer over de verwerping door de rechtbank van het verweer dat de voortduring van het beslag niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking. 2.2 Voor zover de cassatiemiddelen hierover klagen, slagen zij. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00322 B, ECLI:NL:HR:2026:334. 3 Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:336 text/xml public 2026-04-10T10:03:19 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 25/00335 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1378 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0081 RvdW 2026/442 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:336 text/html public 2026-03-10T11:04:58 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:336 Hoge Raad , 10-03-2026 / 25/00335 Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klaagster en anderen op woningen, perceel bouwgrond, auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vordering in Luxemburg, Zwitserland en België t.l.v. klaagster en anderen i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek “Milwaukee” t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Kon Rb (economische raadkamer) - in het licht van aangevoerde over wanverhouding tussen waarde van inbeslaggenomen voorwerpen en te verwachten hoogte van mogelijk op te leggen betalingsverplichting - oordelen dat beslag niet in strijd is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit omdat zij niet kan vaststellen dat sprake is van ‘overbeslag’? Om redenen vermeld in HR:2026:334 slagen middelen in zoverre. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00320 B, 25/00321 B, 25/00322 B, 25/00326 B, 25/00328 B, 25/00330 B, 25/00331 B, 25/00332 B, 25/00333 B en 25/00334 B. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00335 B Datum 10 maart 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028263, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de klaagster. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan. De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel 2.1 De cassatiemiddelen klagen onder meer over de verwerping door de rechtbank van het verweer dat de voortduring van het beslag niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking. 2.2 Voor zover de cassatiemiddelen hierover klagen, slagen zij. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00322 B, ECLI:NL:HR:2026:334. 3 Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:336 text/xml public 2026-03-13T17:23:35 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 25/00335 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1378 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0081 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:336 text/html public 2026-03-10T11:04:58 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:336 Hoge Raad , 10-03-2026 / 25/00335 Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klaagster en anderen op woningen, perceel bouwgrond, auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vordering in Luxemburg, Zwitserland en België t.l.v. klaagster en anderen i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek “Milwaukee” t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Kon Rb (economische raadkamer) - in het licht van aangevoerde over wanverhouding tussen waarde van inbeslaggenomen voorwerpen en te verwachten hoogte van mogelijk op te leggen betalingsverplichting - oordelen dat beslag niet in strijd is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit omdat zij niet kan vaststellen dat sprake is van ‘overbeslag’? Om redenen vermeld in HR:2026:334 slagen middelen in zoverre. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00320 B, 25/00321 B, 25/00322 B, 25/00326 B, 25/00328 B, 25/00330 B, 25/00331 B, 25/00332 B, 25/00333 B en 25/00334 B. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00335 B Datum 10 maart 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2024, nummer RK 23/028263, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de klaagster. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten G.J.M.E. de Bont, C.J.M. Perraud en M. Prins bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan. De raadslieden De Bont en Prins hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel 2.1 De cassatiemiddelen klagen onder meer over de verwerping door de rechtbank van het verweer dat de voortduring van het beslag niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking. 2.2 Voor zover de cassatiemiddelen hierover klagen, slagen zij. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00322 B, ECLI:NL:HR:2026:334. 3 Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .