Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-03
ECLI:NL:HR:2026:326
Strafrecht
Cassatie
2,703 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:326 text/xml public 2026-03-06T13:23:45 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-03 23/03972 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:33 In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:2217 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0070 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:326 text/html public 2026-03-02T10:56:53 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:326 Hoge Raad , 03-03-2026 / 23/03972 Medeplegen diefstal van dashboard(onderdelen) uit auto door middel van braak, art. 311.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten t.a.v. betrokkenheid van verdachte en ongeloofwaardigheid van verklaring van verdachte. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit ‘s hofs bewijsvoering blijkt dat verdachte en medeverdachte ‘s nachts een half uur op vakantiepark, waar auto geparkeerd stond, hebben rondgelopen. Ook blijkt uit bewijsvoering dat onderdelen van het uit auto weggenomen dashboard even later (nadat bus een stopteken heeft gekregen van politie) uit bus waarin verdachte en medeverdachte van vakantiepark weggereden zijn gegooid. Hof heeft verklaring van verdachte dat hij op feestje op camping was en dat hij dashboard in gras langs weg heeft gevonden als ongeloofwaardig terzijde geschoven, omdat op camerabeelden te zien is dat 2 mannen gedurende half uur op vakantiepark rondlopen en dat zij wegrennen op moment dat ze zaklampen van politie zien. Hof heeft daarmee gemotiveerd uiteengezet waarom verklaring van verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 23/03931. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03972 Datum 3 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2023, nummer 23-002668-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. Lamers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:326 text/xml public 2026-04-03T10:08:48 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-03 23/03972 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:33 In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:2217 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0070 RvdW 2026/404 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:326 text/html public 2026-03-02T10:56:53 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:326 Hoge Raad , 03-03-2026 / 23/03972 Medeplegen diefstal van dashboard(onderdelen) uit auto door middel van braak, art. 311.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten t.a.v. betrokkenheid van verdachte en ongeloofwaardigheid van verklaring van verdachte. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit ‘s hofs bewijsvoering blijkt dat verdachte en medeverdachte ‘s nachts een half uur op vakantiepark, waar auto geparkeerd stond, hebben rondgelopen. Ook blijkt uit bewijsvoering dat onderdelen van het uit auto weggenomen dashboard even later (nadat bus een stopteken heeft gekregen van politie) uit bus waarin verdachte en medeverdachte van vakantiepark weggereden zijn gegooid. Hof heeft verklaring van verdachte dat hij op feestje op camping was en dat hij dashboard in gras langs weg heeft gevonden als ongeloofwaardig terzijde geschoven, omdat op camerabeelden te zien is dat 2 mannen gedurende half uur op vakantiepark rondlopen en dat zij wegrennen op moment dat ze zaklampen van politie zien. Hof heeft daarmee gemotiveerd uiteengezet waarom verklaring van verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 23/03931. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03972 Datum 3 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2023, nummer 23-002668-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. Lamers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:326 text/xml public 2026-04-03T10:08:48 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-03 23/03972 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:33 In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:2217 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0070 RvdW 2026/404 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:326 text/html public 2026-03-02T10:56:53 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:326 Hoge Raad , 03-03-2026 / 23/03972 Medeplegen diefstal van dashboard(onderdelen) uit auto door middel van braak, art. 311.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten t.a.v. betrokkenheid van verdachte en ongeloofwaardigheid van verklaring van verdachte. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit ‘s hofs bewijsvoering blijkt dat verdachte en medeverdachte ‘s nachts een half uur op vakantiepark, waar auto geparkeerd stond, hebben rondgelopen. Ook blijkt uit bewijsvoering dat onderdelen van het uit auto weggenomen dashboard even later (nadat bus een stopteken heeft gekregen van politie) uit bus waarin verdachte en medeverdachte van vakantiepark weggereden zijn gegooid. Hof heeft verklaring van verdachte dat hij op feestje op camping was en dat hij dashboard in gras langs weg heeft gevonden als ongeloofwaardig terzijde geschoven, omdat op camerabeelden te zien is dat 2 mannen gedurende half uur op vakantiepark rondlopen en dat zij wegrennen op moment dat ze zaklampen van politie zien. Hof heeft daarmee gemotiveerd uiteengezet waarom verklaring van verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 23/03931. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03972 Datum 3 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2023, nummer 23-002668-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. Lamers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2026 .