Rechtspraak
Hoge Raad
2026-02-27
ECLI:NL:HR:2026:309
Bestuursrecht; Belastingrecht
Artikel 81 RO-zaken
588 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:HR:2026:309 text/xml public 2026-02-28T00:01:31 2026-02-26 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-27 24/00870 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:773 Rechtspraak.nl NLF 2026/0416 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:309 text/html public 2026-02-26T15:05:23 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:309 Hoge Raad , 27-02-2026 / 24/00870 HR: 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/00870 Datum 27 februari 2026 ARREST in de zaak van [X] N.V. (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 januari 2024, nrs. BK-ARN 21/866 en 21/867 , op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 18/2955 en 18/2956) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting, een aan belanghebbende over het jaar 2014 opgelegde navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente. 1 Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door G.J.M.E. de Bont en C.J.M. Perraud, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026. ECLI:NL:GHARL:2024:773.