Rechtspraak
Hoge Raad
2026-02-13
ECLI:NL:HR:2026:252
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
973 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:252 text/xml public 2026-02-13T11:05:36 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-13 25/01355 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2025:348 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:252 text/html public 2026-02-13T10:40:22 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:252 Hoge Raad , 13-02-2026 / 25/01355 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/01355 Datum 13 februari 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 20 februari 2025, nr. BK-24/611 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 23/3117) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026. ECLI:NL:GHDHA:2025:348.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:252 text/xml public 2026-03-11T10:06:15 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-13 25/01355 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2025:348 Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/289 V-N 2026/10.26.18 Belastingblad 2026/119 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:252 text/html public 2026-02-13T10:40:22 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:252 Hoge Raad , 13-02-2026 / 25/01355 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/01355 Datum 13 februari 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 20 februari 2025, nr. BK-24/611 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 23/3117) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026. ECLI:NL:GHDHA:2025:348.