Rechtspraak
Hoge Raad
2026-02-13
ECLI:NL:HR:2026:250
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
498 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:HR:2026:250 text/xml public 2026-02-13T16:34:57 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-13 24/00868 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:284 Rechtspraak.nl NDFR Nieuws 2026/238 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:250 text/html public 2026-02-13T10:30:03 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:250 Hoge Raad , 13-02-2026 / 24/00868 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/00868 Datum 13 februari 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 januari 2024, nr. 23/474 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 22/4400) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026. ECLI:NL:GHAMS:2024:284.