Rechtspraak
Hoge Raad
2026-02-13
ECLI:NL:HR:2026:244
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
1,379 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:244 text/xml public 2026-02-13T16:31:38 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-13 25/00134 Uitspraak Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:3558 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1239 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026021302 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:244 text/html public 2026-02-13T08:55:51 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:244 Hoge Raad , 13-02-2026 / 25/00134 Loonbelasting; artikel 31a, lid 2, letter e en lid 7 (tekst 2019) Wet LB 1964; artikel XIV Belastingplan 2019; artikel 10ec UBLB 1965; artikel 1 EP EVRM; artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM; artikel 26 IVBPR. Proefprocedures. Verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling, ook in gevallen waarin eerder een 30%-beschikking met een langere looptijd is gegeven. Zorgvuldigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/00134 Datum 13 februari 2026 ARREST in de zaak van [X2] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 december 2024, nrs. 24/3128 en 24/3129 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 21/3568 en HAA 21/3569), betreffende de inhouding van loonbelasting over de tijdvakken januari en februari 2021. 1 Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door D.R. Hauser en M. van den Beucken, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door F.R. Herreveld, advocaat. De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 14 november 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van de middelen De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/00133, ECLI:NL:HR:2026:123. 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026. ECLI:NL:GHAMS:2024:3558. ECLI:NL:PHR:2025:1239.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:244 text/xml public 2026-02-27T11:26:06 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-13 25/00134 Uitspraak Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:3558 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1239 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026021302 FutD 2026-0256 NTFR 2026/297 NLF 2026/0314 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:244 text/html public 2026-02-13T08:55:51 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:244 Hoge Raad , 13-02-2026 / 25/00134 Loonbelasting; artikel 31a, lid 2, letter e en lid 7 (tekst 2019) Wet LB 1964; artikel XIV Belastingplan 2019; artikel 10ec UBLB 1965; artikel 1 EP EVRM; artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM; artikel 26 IVBPR. Proefprocedures. Verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling, ook in gevallen waarin eerder een 30%-beschikking met een langere looptijd is gegeven. Zorgvuldigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/00134 Datum 13 februari 2026 ARREST in de zaak van [X2] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 december 2024, nrs. 24/3128 en 24/3129 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 21/3568 en HAA 21/3569), betreffende de inhouding van loonbelasting over de tijdvakken januari en februari 2021. 1 Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door D.R. Hauser en M. van den Beucken, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door F.R. Herreveld, advocaat. De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 14 november 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van de middelen De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/00133, ECLI:NL:HR:2026:123. 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026. ECLI:NL:GHAMS:2024:3558. ECLI:NL:PHR:2025:1239.