Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-10
ECLI:NL:HR:2026:217
Strafrecht
Cassatie
2,551 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:217 text/xml public 2026-03-13T16:23:33 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 24/01708 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:1289 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1366 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0084 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:217 text/html public 2026-03-05T16:55:45 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:217 Hoge Raad , 10-03-2026 / 24/01708 Medeplegen mishandeling door samen met zijn vader (n.a.v. woordenwisseling over betaling van huur voor caravan aan ander) die ander een klap tegen zijn rechter slaap te geven en meerdere keren tegen zijn lichaam te slaan en te schoppen, art. 300.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Kon hof de verklaring van aangever voor bewijs gebruiken? 2. Verweer dat er onvoldoende buurtonderzoek is gedaan. 3. Verweer dat getuige niet is gehoord. 4. Verweer m.b.t. mogelijkheid dat letsel door val is ontstaan. 5. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangever voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft toereikend gemotiveerd waarom het (anders dan verdediging heeft betoogd) de verklaring van aangever tot uitgangspunt heeft genomen. Ad 2. Ttz. in hoger beroep is op dit punt geen verweer gevoerd en in cassatie is dit niet op enigerlei wijze onderbouwd. Ad 3. Hof heeft hetgeen ttz. in h.b. is aangevoerd niet als responsieplichtig verweer hoeven te beschouwen, nu verdediging slechts heeft geconstateerd dat betrokkene niet als getuige is gehoord, terwijl dat had gekund, in aanmerking genomen dat namens verdachte in h.b. geen verzoek is gedaan deze getuige te horen. Ad 4. Klacht dat hof niet is ingegaan op verweer m.b.t. mogelijkheid dat letsel door val is ontstaan, mist feitelijke grondslag. Hof heeft gemotiveerd waarom het heeft geoordeeld dat verklaring van aangever wordt ondersteund door geconstateerd letsel en waargenomen geschreeuw. Ad 5. Uit bewijsmotivering volgt dat verklaring van aangever wordt ondersteund door waargenomen letsel en gebonk en geschreeuw. Van schending van art. 342.2 Sv is derhalve geen sprake. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01700. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01708 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2024, nummer 23-000206-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S. Jankie bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De cassatiemiddelen zijn schriftelijk toegelicht. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen 2.1 De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) het bewezenverklaarde. 2.2 De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:217 text/xml public 2026-04-10T10:02:54 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 24/01708 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:1289 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1366 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0084 RvdW 2026/430 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:217 text/html public 2026-03-05T16:55:45 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:217 Hoge Raad , 10-03-2026 / 24/01708 Medeplegen mishandeling door samen met zijn vader (n.a.v. woordenwisseling over betaling van huur voor caravan aan ander) die ander een klap tegen zijn rechter slaap te geven en meerdere keren tegen zijn lichaam te slaan en te schoppen, art. 300.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Kon hof de verklaring van aangever voor bewijs gebruiken? 2. Verweer dat er onvoldoende buurtonderzoek is gedaan. 3. Verweer dat getuige niet is gehoord. 4. Verweer m.b.t. mogelijkheid dat letsel door val is ontstaan. 5. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangever voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft toereikend gemotiveerd waarom het (anders dan verdediging heeft betoogd) de verklaring van aangever tot uitgangspunt heeft genomen. Ad 2. Ttz. in hoger beroep is op dit punt geen verweer gevoerd en in cassatie is dit niet op enigerlei wijze onderbouwd. Ad 3. Hof heeft hetgeen ttz. in h.b. is aangevoerd niet als responsieplichtig verweer hoeven te beschouwen, nu verdediging slechts heeft geconstateerd dat betrokkene niet als getuige is gehoord, terwijl dat had gekund, in aanmerking genomen dat namens verdachte in h.b. geen verzoek is gedaan deze getuige te horen. Ad 4. Klacht dat hof niet is ingegaan op verweer m.b.t. mogelijkheid dat letsel door val is ontstaan, mist feitelijke grondslag. Hof heeft gemotiveerd waarom het heeft geoordeeld dat verklaring van aangever wordt ondersteund door geconstateerd letsel en waargenomen geschreeuw. Ad 5. Uit bewijsmotivering volgt dat verklaring van aangever wordt ondersteund door waargenomen letsel en gebonk en geschreeuw. Van schending van art. 342.2 Sv is derhalve geen sprake. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01700. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01708 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2024, nummer 23-000206-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S. Jankie bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De cassatiemiddelen zijn schriftelijk toegelicht. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen 2.1 De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) het bewezenverklaarde. 2.2 De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:217 text/xml public 2026-04-10T10:02:54 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 24/01708 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:1289 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1366 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0084 RvdW 2026/430 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:217 text/html public 2026-03-05T16:55:45 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:217 Hoge Raad , 10-03-2026 / 24/01708 Medeplegen mishandeling door samen met zijn vader (n.a.v. woordenwisseling over betaling van huur voor caravan aan ander) die ander een klap tegen zijn rechter slaap te geven en meerdere keren tegen zijn lichaam te slaan en te schoppen, art. 300.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Kon hof de verklaring van aangever voor bewijs gebruiken? 2. Verweer dat er onvoldoende buurtonderzoek is gedaan. 3. Verweer dat getuige niet is gehoord. 4. Verweer m.b.t. mogelijkheid dat letsel door val is ontstaan. 5. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangever voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft toereikend gemotiveerd waarom het (anders dan verdediging heeft betoogd) de verklaring van aangever tot uitgangspunt heeft genomen. Ad 2. Ttz. in hoger beroep is op dit punt geen verweer gevoerd en in cassatie is dit niet op enigerlei wijze onderbouwd. Ad 3. Hof heeft hetgeen ttz. in h.b. is aangevoerd niet als responsieplichtig verweer hoeven te beschouwen, nu verdediging slechts heeft geconstateerd dat betrokkene niet als getuige is gehoord, terwijl dat had gekund, in aanmerking genomen dat namens verdachte in h.b. geen verzoek is gedaan deze getuige te horen. Ad 4. Klacht dat hof niet is ingegaan op verweer m.b.t. mogelijkheid dat letsel door val is ontstaan, mist feitelijke grondslag. Hof heeft gemotiveerd waarom het heeft geoordeeld dat verklaring van aangever wordt ondersteund door geconstateerd letsel en waargenomen geschreeuw. Ad 5. Uit bewijsmotivering volgt dat verklaring van aangever wordt ondersteund door waargenomen letsel en gebonk en geschreeuw. Van schending van art. 342.2 Sv is derhalve geen sprake. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01700. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01708 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2024, nummer 23-000206-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S. Jankie bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De cassatiemiddelen zijn schriftelijk toegelicht. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen 2.1 De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) het bewezenverklaarde. 2.2 De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .