Rechtspraak
Hoge Raad
2026-02-10
ECLI:NL:HR:2026:153
Strafrecht
Cassatie
1,606 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:153 text/xml public 2026-02-13T16:23:44 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-10 23/04900 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2023:4151 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1308 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0065 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:153 text/html public 2026-02-05T11:26:45 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:153 Hoge Raad , 10-02-2026 / 23/04900 Mishandeling door ander tegen benen te schoppen, art. 300.1 Sr. Beroep op noodweer, art. 41.1 Sr. Had hof gelet op art. 359.1 (eerste volzin) jo. 358.3 Sv met redenen omkleed moeten beslissen op verweer van raadsman dat verdachte een beroep op noodweer toekomt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof is van verweer van verdediging afgeweken door tlgd mishandeling bewezen te verklaren, terwijl deze beslissing in strijd met art. 359.2 (eerste volzin) Sv niet met redenen is omkleed. Hof had (i) feitelijke grondslag van beroep op noodweer moeten onderzoeken, (ii) moeten beoordelen of aan voorwaarden voor aanvaarding van verweer is voldaan en (iii) gemotiveerde beslissing moeten geven op verweer. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. mishandeling en strafoplegging. CAG (strekking): vrijheidsbeperkende maatregel m.b.t. contactverbod uitzonderen van vernietiging t.a.v. strafoplegging. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04900 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2023, nummer 20-002352-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 7 subsidiair tenlastegelegde feit en de strafoplegging, met uitzondering van de vrijheidsbeperkende maatregel voor zover die betrekking heeft op het contactverbod met [betrokkene] , en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde op het bestaande beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de verwerping door het hof van het beroep op noodweer. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.7 en 2.8. 3 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 7 subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:153 text/xml public 2026-03-20T10:04:13 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-10 23/04900 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2023:4151 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1308 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0065 RvdW 2026/357 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:153 text/html public 2026-02-05T11:26:45 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:153 Hoge Raad , 10-02-2026 / 23/04900 Mishandeling door ander tegen benen te schoppen, art. 300.1 Sr. Beroep op noodweer, art. 41.1 Sr. Had hof gelet op art. 359.1 (eerste volzin) jo. 358.3 Sv met redenen omkleed moeten beslissen op verweer van raadsman dat verdachte een beroep op noodweer toekomt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof is van verweer van verdediging afgeweken door tlgd mishandeling bewezen te verklaren, terwijl deze beslissing in strijd met art. 359.2 (eerste volzin) Sv niet met redenen is omkleed. Hof had (i) feitelijke grondslag van beroep op noodweer moeten onderzoeken, (ii) moeten beoordelen of aan voorwaarden voor aanvaarding van verweer is voldaan en (iii) gemotiveerde beslissing moeten geven op verweer. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. mishandeling en strafoplegging. CAG (strekking): vrijheidsbeperkende maatregel m.b.t. contactverbod uitzonderen van vernietiging t.a.v. strafoplegging. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04900 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2023, nummer 20-002352-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 7 subsidiair tenlastegelegde feit en de strafoplegging, met uitzondering van de vrijheidsbeperkende maatregel voor zover die betrekking heeft op het contactverbod met [betrokkene] , en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde op het bestaande beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de verwerping door het hof van het beroep op noodweer. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.7 en 2.8. 3 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 7 subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026 .