Rechtspraak
Hoge Raad
2026-01-06
ECLI:NL:HR:2026:14
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
2,025 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:14 text/xml public 2026-02-13T10:03:40 2026-01-02 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-06 23/02995 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:847 Rechtspraak.nl RvdW 2026/180 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:14 text/html public 2026-01-05T12:09:46 2026-01-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:14 Hoge Raad , 06-01-2026 / 23/02995 Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en medeplegen gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. 1. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan, ttz. in hoger beroep gehandhaafd en op nadere tz. in h.b. herhaald verzoek tot horen van 2 getuigen, o.g.v. verdedigingsbelang (tz. in h.b.) en noodzaakcriterium (arrest). 2. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan, ttz. in h.b. gehandhaafd en op nadere tz. herhaald verzoek tot horen van 4 getuigen, o.g.v. verdedigingsbelang. 3. Heeft hof bij schatting w.v.v. in strijd met onschuldpresumptie gelden betrokken die verband houden met strafbare feiten waarvan betrokkene is vrijgesproken? 4. Motivering schatting w.v.v. Kon hof oordelen dat betrokkene in 2005 slechts € 955,59 heeft onttrokken aan vennootschap? 5. Motivering schatting w.v.v. Blijkt uit ’s hofs overwegingen dat inbeslaggenomen contante geldbedragen onderdeel zijn van eindsaldo? 6. Motivering schatting w.v.v. Kon hof oordelen dat betrokkene 2 bedragen eerst contant aan anderen heeft gegeven? 7. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat betrokkene kosten van auto niet zelf heeft gedragen, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03117 P. Vervolg HR:2018:2053 (strafzaak). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02995 P Datum 6 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 27 juli 2023, nummer 22-005349-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, hierna: de betrokkene. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegde betalingsverplichting, tot vermindering daarvan door de Hoge Raad en tot verwerping voor het overige. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 1.253.174,33. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel; - vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 1.248.170 bedraagt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:14 text/xml public 2026-02-13T10:03:40 2026-01-02 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-06 23/02995 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:847 Rechtspraak.nl RvdW 2026/180 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:14 text/html public 2026-01-05T12:09:46 2026-01-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:14 Hoge Raad , 06-01-2026 / 23/02995 Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en medeplegen gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. 1. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan, ttz. in hoger beroep gehandhaafd en op nadere tz. in h.b. herhaald verzoek tot horen van 2 getuigen, o.g.v. verdedigingsbelang (tz. in h.b.) en noodzaakcriterium (arrest). 2. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan, ttz. in h.b. gehandhaafd en op nadere tz. herhaald verzoek tot horen van 4 getuigen, o.g.v. verdedigingsbelang. 3. Heeft hof bij schatting w.v.v. in strijd met onschuldpresumptie gelden betrokken die verband houden met strafbare feiten waarvan betrokkene is vrijgesproken? 4. Motivering schatting w.v.v. Kon hof oordelen dat betrokkene in 2005 slechts € 955,59 heeft onttrokken aan vennootschap? 5. Motivering schatting w.v.v. Blijkt uit ’s hofs overwegingen dat inbeslaggenomen contante geldbedragen onderdeel zijn van eindsaldo? 6. Motivering schatting w.v.v. Kon hof oordelen dat betrokkene 2 bedragen eerst contant aan anderen heeft gegeven? 7. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat betrokkene kosten van auto niet zelf heeft gedragen, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03117 P. Vervolg HR:2018:2053 (strafzaak). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02995 P Datum 6 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 27 juli 2023, nummer 22-005349-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, hierna: de betrokkene. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegde betalingsverplichting, tot vermindering daarvan door de Hoge Raad en tot verwerping voor het overige. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 1.253.174,33. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel; - vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 1.248.170 bedraagt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026 .