Rechtspraak Hoge Raad 2026-08-07
ECLI:NL:HR:2026:1342
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/01613 Datum 7 augustus 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING OOST-BRABANT op het beroep in cassatie tegen een door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch aan belanghebbende verzonden portaalbericht van 14 maart 2025 betreffende een zaak bij het Hof met nummer 24/389 tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 22/3271). 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over het door het Hof verzonden portaalbericht beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026.