Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-24
ECLI:NL:HR:2026:133
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
663 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:HR:2026:133 text/xml public 2026-03-25T00:01:20 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-24 23/04623 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:52 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:133 text/html public 2026-03-24T14:19:11 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:133 Hoge Raad , 24-03-2026 / 23/04623 Beklag, beslag ex art. 94 Sv op partij 3-CMC (331 kilogram designer drugs) onder klager t.z.v. verdenking van overtreding van art. 174/175 Sr. 1. Rechtmatigheid strafvorderlijk beslag. Kon Rb oordelen dat 3-CMC rechtmatig in beslag is genomen omdat er verdenking was o.g.v. art. 174/175 Sr? 2. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Had Rb in het licht van stelling dat klager in belangen wordt getroffen omdat inbeslaggenomen partij 3-CMC een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt, blijk moeten geven van onderzoek naar vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit? HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (beëindiging van beslag i.v.m. vernietiging van drugs). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04623 B Datum 24 maart 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 oktober 2023, nummer RK 23/018361, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster], gevestigd in [vestigingsplaats], hierna: de klaagster. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026 .