Rechtspraak
Hoge Raad
2026-02-03
ECLI:NL:HR:2026:122
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,237 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:122 text/xml public 2026-03-13T10:06:04 2026-01-26 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-03 24/00802 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1281 In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:626 Rechtspraak.nl RvdW 2026/309 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:122 text/html public 2026-01-29T10:02:58 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:122 Hoge Raad , 03-02-2026 / 24/00802 Schuldwitwassen van geld op bankrekening, art. 420quater.1.b Sr. Vordering benadeelde partij. 1. Rechtstreekse schade, art. 51f.1 Sv. Kon hof oordelen dat sprake is van rechtstreekse schade op de grond dat b.p. t.g.v. witwashandelingen van verdachte het onverschuldigd betaalde geldbedrag niet met succes kon terugvorderen? 2. Hoofdelijke toewijzing. Kon hof vordering b.p. hoofdelijk toewijzen aan verdachte, nu hof niet heeft gemotiveerd welke concrete onrechtmatige handelingen in groepsverband de schade hebben veroorzaakt? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00801 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00802 Datum 3 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 februari 2024, nummer 20-001826-22, in de strafzaak tegen [verdachte] geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.W.J. Faber bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:122 text/xml public 2026-03-13T10:06:04 2026-01-26 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-03 24/00802 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1281 In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:626 Rechtspraak.nl RvdW 2026/309 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:122 text/html public 2026-01-29T10:02:58 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:122 Hoge Raad , 03-02-2026 / 24/00802 Schuldwitwassen van geld op bankrekening, art. 420quater.1.b Sr. Vordering benadeelde partij. 1. Rechtstreekse schade, art. 51f.1 Sv. Kon hof oordelen dat sprake is van rechtstreekse schade op de grond dat b.p. t.g.v. witwashandelingen van verdachte het onverschuldigd betaalde geldbedrag niet met succes kon terugvorderen? 2. Hoofdelijke toewijzing. Kon hof vordering b.p. hoofdelijk toewijzen aan verdachte, nu hof niet heeft gemotiveerd welke concrete onrechtmatige handelingen in groepsverband de schade hebben veroorzaakt? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00801 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00802 Datum 3 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 februari 2024, nummer 20-001826-22, in de strafzaak tegen [verdachte] geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.W.J. Faber bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026 .