Rechtspraak
Hoge Raad
2026-01-27
ECLI:NL:HR:2026:117
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,213 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:117 text/xml public 2026-03-06T10:03:51 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-27 24/01806 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1258 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:2917 Rechtspraak.nl RvdW 2026/283 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:117 text/html public 2026-01-26T10:04:52 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:117 Hoge Raad , 27-01-2026 / 24/01806 Diefstal, art. 310 Sr en mishandeling (van ambtenaar), art. 300.1 jo. 304.1.3 Sr. Hof heeft verdachte, die niet werd bijgestaan door raadsman, n-o verklaard in haar hoger beroep omdat ttz. Pr afstand is gedaan van rechtsmiddelen. Afstand van rechtsmiddel, art. 381.1 Sv. Kon hof oordelen dat aangevoerde door verdediging dat verdachte geen afstand heeft gedaan van h.b. dan wel niet heeft begrepen dat zij dat deed, geen bijzondere omstandigheden oplevert waardoor niet rechtsgeldig afstand is gedaan van h.b.? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01806 Datum 27 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 april 2024, nummer 22-002791-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B. van Gestel bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:117 text/xml public 2026-03-06T10:03:51 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-27 24/01806 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1258 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:2917 Rechtspraak.nl RvdW 2026/283 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:117 text/html public 2026-01-26T10:04:52 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:117 Hoge Raad , 27-01-2026 / 24/01806 Diefstal, art. 310 Sr en mishandeling (van ambtenaar), art. 300.1 jo. 304.1.3 Sr. Hof heeft verdachte, die niet werd bijgestaan door raadsman, n-o verklaard in haar hoger beroep omdat ttz. Pr afstand is gedaan van rechtsmiddelen. Afstand van rechtsmiddel, art. 381.1 Sv. Kon hof oordelen dat aangevoerde door verdediging dat verdachte geen afstand heeft gedaan van h.b. dan wel niet heeft begrepen dat zij dat deed, geen bijzondere omstandigheden oplevert waardoor niet rechtsgeldig afstand is gedaan van h.b.? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01806 Datum 27 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 april 2024, nummer 22-002791-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B. van Gestel bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2026 .