Rechtspraak
Hoge Raad
2026-01-06
ECLI:NL:HR:2026:11
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
774 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:HR:2026:11 text/xml public 2026-02-13T10:04:07 2026-01-02 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-06 24/00765 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:352 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1118 Rechtspraak.nl RvdW 2026/191 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:11 text/html public 2026-01-06T16:06:21 2026-01-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:11 Hoge Raad , 06-01-2026 / 24/00765 Faillissementsfraude. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon (reisbureau) schuldeisers te bevoordelen (art. 343.3 (oud) Sr), gelden aan boedel te onttrekken (art. 343.1 (oud) Sr) en niet te voldoen aan zijn administratieplicht (art. 343.4 (oud) Sr). 1. Bewijsklacht bestuurder. Kon verdachte in bewezenverklaarde periode als bestuurder worden aangemerkt? 2. Bewijsklacht “ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers van rechtspersoon” en opzet. Kon hof oordelen dat verdachte heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers, nu uit ‘s hofs vaststellingen blijkt dat hij heeft getracht faillissement van reisbureau te voorkomen of er om andere redenen vanuit ging dat faillissement niet zou intreden? 3. Bewijsklacht niet voldoen aan zijn administratieplicht. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte zelf geen volledige administratie van reisbureau heeft overgelegd dan wel deze gedraging heeft medegepleegd? 4. Bewijsklacht niet voldoen aan zijn administratieplicht. Is deel van bewezenverklaring t.a.v. niet overleggen van volledige administratie van reisbureau strijdig met ‘s hofs vaststelling dat ontoereikende administratie is gevoerd? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00750. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00765 Datum 6 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 februari 2024, nummer 23-001909-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026 .