Rechtspraak
Hoge Raad
2026-01-06
ECLI:NL:HR:2026:10
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,443 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:10 text/xml public 2026-02-13T10:04:08 2026-01-02 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-06 24/00750 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1117 In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:353 Rechtspraak.nl RvdW 2026/190 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:10 text/html public 2026-01-06T15:57:52 2026-01-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:10 Hoge Raad , 06-01-2026 / 24/00750 Faillissementsfraude. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon (reisbureau) schuldeisers te bevoordelen (art. 343.3 (oud) Sr), gelden aan boedel te onttrekken (art. 343.1 (oud) Sr) en niet te voldoen aan zijn administratieplicht (art. 343.4 (oud) Sr), en valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr). 1. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. voorzienbaarheid van faillissement en opzet. Kon hof oordelen dat faillissement voor verdachte voorzienbaar was en dat hij (voorwaardelijk) opzet had op verkorting van rechten van (overige) schuldeisers? 2. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. niet voldoen aan administratieplicht. Is het niet overleggen van administratie opgenomen in art. 343 (oud) Sr of enkel strafbaar gesteld in huidig art. 344a Sr? 3. Bewijsklacht valsheid in geschrift t.a.v. gebruik maken van geschriften. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van overeenkomsten, nu reisbureau als “gebruiker” moet worden aangemerkt? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00765. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00750 Datum 6 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 februari 2024, nummer 23-001895-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:10 text/xml public 2026-02-13T10:04:08 2026-01-02 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-06 24/00750 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1117 In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2024:353 Rechtspraak.nl RvdW 2026/190 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:10 text/html public 2026-01-06T15:57:52 2026-01-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:10 Hoge Raad , 06-01-2026 / 24/00750 Faillissementsfraude. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon (reisbureau) schuldeisers te bevoordelen (art. 343.3 (oud) Sr), gelden aan boedel te onttrekken (art. 343.1 (oud) Sr) en niet te voldoen aan zijn administratieplicht (art. 343.4 (oud) Sr), en valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr). 1. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. voorzienbaarheid van faillissement en opzet. Kon hof oordelen dat faillissement voor verdachte voorzienbaar was en dat hij (voorwaardelijk) opzet had op verkorting van rechten van (overige) schuldeisers? 2. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. niet voldoen aan administratieplicht. Is het niet overleggen van administratie opgenomen in art. 343 (oud) Sr of enkel strafbaar gesteld in huidig art. 344a Sr? 3. Bewijsklacht valsheid in geschrift t.a.v. gebruik maken van geschriften. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van overeenkomsten, nu reisbureau als “gebruiker” moet worden aangemerkt? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00765. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00750 Datum 6 januari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 februari 2024, nummer 23-001895-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026 .