Rechtspraak
Hoge Raad
2025-05-13
ECLI:NL:HR:2025:718
Strafrecht
Cassatie
487 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03936
Datum 13 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2022, nummer 22-003450-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van witwassen van een geldbedrag van € 13.000.
2.2
De klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1 tot en met 3.5 en 3.9 tot en met 3.12.
Beoordeling
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging (met inbegrip van de verbeurdverklaring);
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2025.