Rechtspraak
Hoge Raad
2025-01-14
ECLI:NL:HR:2025:67
Strafrecht
Cassatie
657 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00346
Datum 14 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 januari 2024, nummer 22-002315-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
2.2
Aan de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 30 januari 2024 is een akte van uitreiking gehecht. Volgens deze akte is die dagvaarding op 24 januari 2024 uitgereikt op de wijze zoals is voorgeschreven in artikel 36e lid 2, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De termijn van tien dagen die in artikel 413 lid 1, eerste volzin, Sv is voorgeschreven, is dus niet in acht genomen.
2.3
De stukken houden niets in waaruit kan volgen dat op een eerder moment sprake was van een rechtsgeldige betekening van die dagvaarding of dat de verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte. Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting is de verdachte daar niet verschenen. Daarom had het hof het onderzoek op de terechtzitting op grond van artikel 413 in samenhang met artikel 265 lid 3 Sv moeten schorsen. Het hof heeft het onderzoek op de terechtzitting echter voortgezet nadat tegen de niet-verschenen verdachte verstek was verleend.
2.4
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025.