Rechtspraak
Hoge Raad
2025-04-22
ECLI:NL:HR:2025:582
Strafrecht
Cassatie
524 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03827
Datum 22 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2023, nummer 23-000303-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.C. Reisinger en R.L. Vermeulen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
Namens [benadeelde 1] heeft de advocaat H.W. Leemans bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Namens [benadeelde 2] heeft de advocaat M. Ferwerda bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd. De advocaat van [benadeelde 2] heeft daarop eveneens schriftelijk gereageerd.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 17.
Beoordeling
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Dat geldt ook voor cassatiemiddelen als bedoeld in artikel 437 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering. Als zo’n cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over een rechtspunt betreffende haar vordering. De schrifturen voldoen niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moeten blijven.
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.