Rechtspraak
Hoge Raad
2025-01-10
ECLI:NL:HR:2025:41
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
397 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/03124
Datum 10 januari 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juli 2024, nrs. 22/2276 tot en met 22/2278, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof van 20 juni 2023.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof op het verzet beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2025.
ECLI:NL:GHSHE:2024:2149.