Rechtspraak
Hoge Raad
2025-02-21
ECLI:NL:HR:2025:313
Civiel recht; Internationaal privaatrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,258 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00119
Datum 21 februari 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [plaats],
2. [eiser 2],
wonende te [plaats],
3. [eiser 3],
wonende te [plaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
ALPBACHER BERGBAHN GESELLSCHAFT m.b.H. & Co. KG,
gevestigd te Alpbach, Oostenrijk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Alpbacher Bergbahn,
advocaat: P.A. Fruytier.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/05/397703 / HA ZA 21-633 van de rechtbank Gelderland van 18 mei 2022;
b. het arrest in de zaak 200.315.282 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 oktober 2023.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Alpbacher Bergbahn heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Alpbacher Bergbahn toegelicht door haar advocaat en mede door J.P. Jas.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alpbacher Bergbahn begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 februari 2025.
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00119
Datum 21 februari 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [plaats],
2. [eiser 2],
wonende te [plaats],
3. [eiser 3],
wonende te [plaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
ALPBACHER BERGBAHN GESELLSCHAFT m.b.H. & Co. KG,
gevestigd te Alpbach, Oostenrijk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Alpbacher Bergbahn,
advocaat: P.A. Fruytier.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/05/397703 / HA ZA 21-633 van de rechtbank Gelderland van 18 mei 2022;
b. het arrest in de zaak 200.315.282 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 oktober 2023.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Alpbacher Bergbahn heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Alpbacher Bergbahn toegelicht door haar advocaat en mede door J.P. Jas.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alpbacher Bergbahn begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 februari 2025.