Rechtspraak
Hoge Raad
2025-02-18
ECLI:NL:HR:2025:216
Strafrecht
Cassatie
2,529 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02703 B
Datum 18 februari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 juli 2023, nummer RK 23/006252, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de klager.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Beoordeling
2.1
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een Samsung telefoon en een personenauto. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen voorwerpen in zoverre ongegrond verklaard.
2.2.1
Uit de door de griffie van de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie op 23 september 2024 de teruggave van de inbeslaggenomen telefoon aan de rechthebbende door de bewaarder heeft bevolen en dat de telefoon de status “Teruggegeven door bewaarder” heeft. Hieruit volgt dat de inbeslaggenomen telefoon is teruggegeven aan de klager.
2.2.2
Artikel 134 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald; (...).”
2.2.3
Hieruit volgt dat het beslag op de telefoon inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen voor zover dit ziet op de telefoon.
2.3.1
Verder bevindt zich bij de stukken een afschrift van een uitspraak van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 december 2024 in de strafzaak tegen de klager. In die uitspraak is beslist over de inbeslaggenomen personenauto waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.
2.3.2
Deze beslissing over het beslag in de strafzaak betekent dat de klager in zoverre geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. Het beroep moet daarom ook in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens beslissing over het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02703 B
Datum 18 februari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 juli 2023, nummer RK 23/006252, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de klager.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Beoordeling
2.1
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een Samsung telefoon en een personenauto. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen voorwerpen in zoverre ongegrond verklaard.
2.2.1
Uit de door de griffie van de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie op 23 september 2024 de teruggave van de inbeslaggenomen telefoon aan de rechthebbende door de bewaarder heeft bevolen en dat de telefoon de status “Teruggegeven door bewaarder” heeft. Hieruit volgt dat de inbeslaggenomen telefoon is teruggegeven aan de klager.
2.2.2
Artikel 134 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald; (...).”
2.2.3
Hieruit volgt dat het beslag op de telefoon inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen voor zover dit ziet op de telefoon.
2.3.1
Verder bevindt zich bij de stukken een afschrift van een uitspraak van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 december 2024 in de strafzaak tegen de klager. In die uitspraak is beslist over de inbeslaggenomen personenauto waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.
2.3.2
Deze beslissing over het beslag in de strafzaak betekent dat de klager in zoverre geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. Het beroep moet daarom ook in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens beslissing over het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02703 B
Datum 18 februari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 juli 2023, nummer RK 23/006252, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de klager.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Beoordeling
2.1
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een Samsung telefoon en een personenauto. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen voorwerpen in zoverre ongegrond verklaard.
2.2.1
Uit de door de griffie van de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie op 23 september 2024 de teruggave van de inbeslaggenomen telefoon aan de rechthebbende door de bewaarder heeft bevolen en dat de telefoon de status “Teruggegeven door bewaarder” heeft. Hieruit volgt dat de inbeslaggenomen telefoon is teruggegeven aan de klager.
2.2.2
Artikel 134 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald; (...).”
2.2.3
Hieruit volgt dat het beslag op de telefoon inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen voor zover dit ziet op de telefoon.
2.3.1
Verder bevindt zich bij de stukken een afschrift van een uitspraak van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 december 2024 in de strafzaak tegen de klager. In die uitspraak is beslist over de inbeslaggenomen personenauto waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.
2.3.2
Deze beslissing over het beslag in de strafzaak betekent dat de klager in zoverre geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. Het beroep moet daarom ook in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens beslissing over het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.