Rechtspraak
Hoge Raad
2025-02-11
ECLI:NL:HR:2025:203
Strafrecht
Cassatie
7,218 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04021 J
Datum 11 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 oktober 2023, nummer 23-001869-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het beroep op vrijwillige terugtred als bedoeld in artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
2.2.1
Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
“hij op 2 september 2022 te Amstelveen en Abcoude en Vinkeveen tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld (straatroof), opzettelijk voorwerpen en vervoersmiddelen, te weten
- een auto en
- een bivakmuts en
- een paar handschoenen en
- een machete
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op onder meer de volgende bewijsmiddelen:
“1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 september 2023.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op 2 september 2022 stapte ik in de auto van mijn moeder om medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) op te halen. Toen hij in de auto stapte had hij een machete aan zijn heup gebonden. Hierdoor kon [medeverdachte] niet goed gaan zitten. Ik heb de machete toen even vastgehouden waarna ik de machete aan [medeverdachte] heb teruggegeven. Ik ben vervolgens met de auto gaan rijden. Toen we ter hoogte van Ouderkerk op de snelweg reden kwam [medeverdachte] met het idee iemand te beroven. Ik heb gezegd dat dit prima was. In Abcoude hebben wij rustig in het donker een rondje gereden. Toen zijn we richting Vinkeveen gereden waar we iemand zagen lopen. Toen zijn we doorgereden naar Amstelveen. We hadden twee bivakmutsen bij ons. Hij had een zwarte bivakmuts die hij de hele tijd op had en ik had er een achterin liggen.
2. Een proces-verbaal met nummer PL1300-2022184618-5 van 2 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 5-8.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
“Op vrijdag 2 september 2022 omstreeks 01.30 uur stonden wij, verbalisanten, in een opvallend dienstvoertuig en stil op het Stadsplein te Amstelveen. Op een gegeven moment zagen wij beide een auto onze kant op komen rijden. Ik zag dat er twee (2) jonge jongens uit het voertuig stapte. Ik zag in de politiesystemen dat [verdachte] veertien (14) jaar oud was. Ik opende de achterste bijrijder portier. Ik zag achter de bijrijdersstoel een voorwerp liggen welk ik ambtshalve herken als ‘machete’. Ik, verbalisant [verbalisant 1] trof voor de bestuurderstoel een witte bivakmuts aan.”
3. Een proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte met nummer PL1300-2022184618-13 van 2 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina’s 55-63.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergeven, als de op 2 september 2022 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [verdachte] :
“Ik had [medeverdachte] een appje gestuurd van kom je een rondje rijden rond 24.00 uur. Ik ben toen naar zijn huis gegaan en toen kwam hij uit de flat en stapt in bij mij. Hij had toen een bivakmuts, handschoenen en een machete bij zich. Ik zag die Machete eerst niet hij zat in zijn broeksband. We reden over de snelweg, en gingen eraf bij Ouderkerk en hij ik de auto aan de kant gezet en toen pakte hij het mes uit zijn broeksband. Ik mocht hem vasthouden, ik had nog nooit eerder zo’n mes vastgehouden. Ongeveer toen zei hij kom we gaan iemand beroven. We gaan naar Abcoude en dan kijken we of we iemand zien lopen met een Canada Goose jas en dan gaan we die beroven. Ik zei is goed toen zijn we naar Abcoude gegaan maar daar was niemand. Toen zijn we naar Vinkeveen gereden. Daar zagen we een man met een Louis Vuitton tas lopen bij de Albert Heijn. [medeverdachte] zei hier is een man die kunnen we wel aan. Ik zei ja die kunnen we inderdaad wel aan. [medeverdachte] deed zijn raam open en ik reed langs de man maar ik ben niet gestopt maar doorgereden.”
4. Een proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte met nummer PL1300-2022184618-13 van 2 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina’s 69-76.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergeven, als de op 2 september 2022 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [medeverdachte]:
A: Hij belde mij op, hij wist dat ik zo’n mes had. Hij vroeg mij laat me dat mes nou eens zien. Ik heb toen ik uit mijn flat kwam het mes meegenomen uit mijn box.
V: Dus je stapt in en laat hem zien?
A: Ja ik heb hem meteen laten zien dat ik instapte. Hij heeft hem ook vast gehouden.
V: Jij zou een machete, een bivakmuts en handschoenen bij je gehad hebben toen je de auto instapte.
A: Ik had de handschoenen bij me.”
2.2.3
Het hof heeft het in het cassatiemiddel bedoelde verweer als volgt verworpen:
“Subsidiair heeft de raadsvrouw ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van vrijwillige terugtred. Om intrinsieke redenen heeft de verdachte besloten de auto niet tot stilstand te brengen bij het zien van de persoon met een Louis Vuittontas in Vinkeveen. Er is derhalve geen sprake van een onder invloed van uitwendige prikkels genomen besluit.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van vrijwillige terugtred. De voorbereidingshandelingen waren al voltooid toen de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen in de auto werden meegenomen met als doel een straatroof te plegen. Er was dus geen ruimte meer voor vrijwillige terugtred.
Het hof oordeelt als volgt over het verweer.
Of gedragingen van de verdachte toereikend zijn om te kunnen concluderen dat het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden die van zijn wil afhankelijk zijn, hangt - mede gelet op de aard van het misdrijf - af van de concrete omstandigheden van het geval. Voor het bewijs van het opgeven van de plannen zal veelal een doen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld het zich ontdoen van reeds bijeengebrachte spullen.
Het hof oordeelt dat er sprake is van voltooide voorbereidingshandelingen. Naar oordeel van het hof behelst het dossier geen enkele objectieve aanwijzing dat de verdachte op enig moment op zijn schreden heeft willen terugkeren. De verdachte heeft een lange tijd rondgereden met middelen die konden worden gebruikt voor de beoogde straatroof, zonder zich op enig moment van (een of meerdere van) die middelen te ontdoen. Het enkele doorrijden van de verdachte in Vinkeveen nadat ze een potentieel slachtoffer hadden gevonden, in plaats van daar en toen te stoppen, is niet toereikend om te kunnen concluderen dat sprake is geweest van vrijwillige terugtred. Daarbij merkt het hof op dat de verdachte van Abcoude naar Vinkeveen was doorgereden omdat in Abcoude op dat moment geen potentiële slachtoffers te vinden waren. Reeds dat is een van buiten komende omstandigheid die maakt dat van vrijwillige terugtred ten aanzien van het tenlastegelegde geen sprake meer kon zijn.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04021 J
Datum 11 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 oktober 2023, nummer 23-001869-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het beroep op vrijwillige terugtred als bedoeld in artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
2.2.1
Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
“hij op 2 september 2022 te Amstelveen en Abcoude en Vinkeveen tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld (straatroof), opzettelijk voorwerpen en vervoersmiddelen, te weten
- een auto en
- een bivakmuts en
- een paar handschoenen en
- een machete
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op onder meer de volgende bewijsmiddelen:
“1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 september 2023.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op 2 september 2022 stapte ik in de auto van mijn moeder om medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) op te halen. Toen hij in de auto stapte had hij een machete aan zijn heup gebonden. Hierdoor kon [medeverdachte] niet goed gaan zitten. Ik heb de machete toen even vastgehouden waarna ik de machete aan [medeverdachte] heb teruggegeven. Ik ben vervolgens met de auto gaan rijden. Toen we ter hoogte van Ouderkerk op de snelweg reden kwam [medeverdachte] met het idee iemand te beroven. Ik heb gezegd dat dit prima was. In Abcoude hebben wij rustig in het donker een rondje gereden. Toen zijn we richting Vinkeveen gereden waar we iemand zagen lopen. Toen zijn we doorgereden naar Amstelveen. We hadden twee bivakmutsen bij ons. Hij had een zwarte bivakmuts die hij de hele tijd op had en ik had er een achterin liggen.
2. Een proces-verbaal met nummer PL1300-2022184618-5 van 2 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 5-8.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
“Op vrijdag 2 september 2022 omstreeks 01.30 uur stonden wij, verbalisanten, in een opvallend dienstvoertuig en stil op het Stadsplein te Amstelveen. Op een gegeven moment zagen wij beide een auto onze kant op komen rijden. Ik zag dat er twee (2) jonge jongens uit het voertuig stapte. Ik zag in de politiesystemen dat [verdachte] veertien (14) jaar oud was. Ik opende de achterste bijrijder portier. Ik zag achter de bijrijdersstoel een voorwerp liggen welk ik ambtshalve herken als ‘machete’. Ik, verbalisant [verbalisant 1] trof voor de bestuurderstoel een witte bivakmuts aan.”
3. Een proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte met nummer PL1300-2022184618-13 van 2 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina’s 55-63.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergeven, als de op 2 september 2022 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [verdachte] :
“Ik had [medeverdachte] een appje gestuurd van kom je een rondje rijden rond 24.00 uur. Ik ben toen naar zijn huis gegaan en toen kwam hij uit de flat en stapt in bij mij. Hij had toen een bivakmuts, handschoenen en een machete bij zich. Ik zag die Machete eerst niet hij zat in zijn broeksband. We reden over de snelweg, en gingen eraf bij Ouderkerk en hij ik de auto aan de kant gezet en toen pakte hij het mes uit zijn broeksband. Ik mocht hem vasthouden, ik had nog nooit eerder zo’n mes vastgehouden. Ongeveer toen zei hij kom we gaan iemand beroven. We gaan naar Abcoude en dan kijken we of we iemand zien lopen met een Canada Goose jas en dan gaan we die beroven. Ik zei is goed toen zijn we naar Abcoude gegaan maar daar was niemand. Toen zijn we naar Vinkeveen gereden. Daar zagen we een man met een Louis Vuitton tas lopen bij de Albert Heijn. [medeverdachte] zei hier is een man die kunnen we wel aan. Ik zei ja die kunnen we inderdaad wel aan. [medeverdachte] deed zijn raam open en ik reed langs de man maar ik ben niet gestopt maar doorgereden.”
4. Een proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte met nummer PL1300-2022184618-13 van 2 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina’s 69-76.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergeven, als de op 2 september 2022 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [medeverdachte]:
A: Hij belde mij op, hij wist dat ik zo’n mes had. Hij vroeg mij laat me dat mes nou eens zien. Ik heb toen ik uit mijn flat kwam het mes meegenomen uit mijn box.
V: Dus je stapt in en laat hem zien?
A: Ja ik heb hem meteen laten zien dat ik instapte. Hij heeft hem ook vast gehouden.
V: Jij zou een machete, een bivakmuts en handschoenen bij je gehad hebben toen je de auto instapte.
A: Ik had de handschoenen bij me.”
2.2.3
Het hof heeft het in het cassatiemiddel bedoelde verweer als volgt verworpen:
“Subsidiair heeft de raadsvrouw ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van vrijwillige terugtred. Om intrinsieke redenen heeft de verdachte besloten de auto niet tot stilstand te brengen bij het zien van de persoon met een Louis Vuittontas in Vinkeveen. Er is derhalve geen sprake van een onder invloed van uitwendige prikkels genomen besluit.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van vrijwillige terugtred. De voorbereidingshandelingen waren al voltooid toen de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen in de auto werden meegenomen met als doel een straatroof te plegen. Er was dus geen ruimte meer voor vrijwillige terugtred.
Het hof oordeelt als volgt over het verweer.
Of gedragingen van de verdachte toereikend zijn om te kunnen concluderen dat het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden die van zijn wil afhankelijk zijn, hangt - mede gelet op de aard van het misdrijf - af van de concrete omstandigheden van het geval. Voor het bewijs van het opgeven van de plannen zal veelal een doen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld het zich ontdoen van reeds bijeengebrachte spullen.
Het hof oordeelt dat er sprake is van voltooide voorbereidingshandelingen. Naar oordeel van het hof behelst het dossier geen enkele objectieve aanwijzing dat de verdachte op enig moment op zijn schreden heeft willen terugkeren. De verdachte heeft een lange tijd rondgereden met middelen die konden worden gebruikt voor de beoogde straatroof, zonder zich op enig moment van (een of meerdere van) die middelen te ontdoen. Het enkele doorrijden van de verdachte in Vinkeveen nadat ze een potentieel slachtoffer hadden gevonden, in plaats van daar en toen te stoppen, is niet toereikend om te kunnen concluderen dat sprake is geweest van vrijwillige terugtred. Daarbij merkt het hof op dat de verdachte van Abcoude naar Vinkeveen was doorgereden omdat in Abcoude op dat moment geen potentiële slachtoffers te vinden waren. Reeds dat is een van buiten komende omstandigheid die maakt dat van vrijwillige terugtred ten aanzien van het tenlastegelegde geen sprake meer kon zijn.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04021 J
Datum 11 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 oktober 2023, nummer 23-001869-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het beroep op vrijwillige terugtred als bedoeld in artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
2.2.1
Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
“hij op 2 september 2022 te Amstelveen en Abcoude en Vinkeveen tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld (straatroof), opzettelijk voorwerpen en vervoersmiddelen, te weten
- een auto en
- een bivakmuts en
- een paar handschoenen en
- een machete
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op onder meer de volgende bewijsmiddelen:
“1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 september 2023.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op 2 september 2022 stapte ik in de auto van mijn moeder om medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) op te halen. Toen hij in de auto stapte had hij een machete aan zijn heup gebonden. Hierdoor kon [medeverdachte] niet goed gaan zitten. Ik heb de machete toen even vastgehouden waarna ik de machete aan [medeverdachte] heb teruggegeven. Ik ben vervolgens met de auto gaan rijden. Toen we ter hoogte van Ouderkerk op de snelweg reden kwam [medeverdachte] met het idee iemand te beroven. Ik heb gezegd dat dit prima was. In Abcoude hebben wij rustig in het donker een rondje gereden. Toen zijn we richting Vinkeveen gereden waar we iemand zagen lopen. Toen zijn we doorgereden naar Amstelveen. We hadden twee bivakmutsen bij ons. Hij had een zwarte bivakmuts die hij de hele tijd op had en ik had er een achterin liggen.
2. Een proces-verbaal met nummer PL1300-2022184618-5 van 2 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 5-8.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
“Op vrijdag 2 september 2022 omstreeks 01.30 uur stonden wij, verbalisanten, in een opvallend dienstvoertuig en stil op het Stadsplein te Amstelveen. Op een gegeven moment zagen wij beide een auto onze kant op komen rijden. Ik zag dat er twee (2) jonge jongens uit het voertuig stapte. Ik zag in de politiesystemen dat [verdachte] veertien (14) jaar oud was. Ik opende de achterste bijrijder portier. Ik zag achter de bijrijdersstoel een voorwerp liggen welk ik ambtshalve herken als ‘machete’. Ik, verbalisant [verbalisant 1] trof voor de bestuurderstoel een witte bivakmuts aan.”
3. Een proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte met nummer PL1300-2022184618-13 van 2 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina’s 55-63.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergeven, als de op 2 september 2022 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [verdachte] :
“Ik had [medeverdachte] een appje gestuurd van kom je een rondje rijden rond 24.00 uur. Ik ben toen naar zijn huis gegaan en toen kwam hij uit de flat en stapt in bij mij. Hij had toen een bivakmuts, handschoenen en een machete bij zich. Ik zag die Machete eerst niet hij zat in zijn broeksband. We reden over de snelweg, en gingen eraf bij Ouderkerk en hij ik de auto aan de kant gezet en toen pakte hij het mes uit zijn broeksband. Ik mocht hem vasthouden, ik had nog nooit eerder zo’n mes vastgehouden. Ongeveer toen zei hij kom we gaan iemand beroven. We gaan naar Abcoude en dan kijken we of we iemand zien lopen met een Canada Goose jas en dan gaan we die beroven. Ik zei is goed toen zijn we naar Abcoude gegaan maar daar was niemand. Toen zijn we naar Vinkeveen gereden. Daar zagen we een man met een Louis Vuitton tas lopen bij de Albert Heijn. [medeverdachte] zei hier is een man die kunnen we wel aan. Ik zei ja die kunnen we inderdaad wel aan. [medeverdachte] deed zijn raam open en ik reed langs de man maar ik ben niet gestopt maar doorgereden.”
4. Een proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte met nummer PL1300-2022184618-13 van 2 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina’s 69-76.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergeven, als de op 2 september 2022 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [medeverdachte]:
A: Hij belde mij op, hij wist dat ik zo’n mes had. Hij vroeg mij laat me dat mes nou eens zien. Ik heb toen ik uit mijn flat kwam het mes meegenomen uit mijn box.
V: Dus je stapt in en laat hem zien?
A: Ja ik heb hem meteen laten zien dat ik instapte. Hij heeft hem ook vast gehouden.
V: Jij zou een machete, een bivakmuts en handschoenen bij je gehad hebben toen je de auto instapte.
A: Ik had de handschoenen bij me.”
2.2.3
Het hof heeft het in het cassatiemiddel bedoelde verweer als volgt verworpen:
“Subsidiair heeft de raadsvrouw ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van vrijwillige terugtred. Om intrinsieke redenen heeft de verdachte besloten de auto niet tot stilstand te brengen bij het zien van de persoon met een Louis Vuittontas in Vinkeveen. Er is derhalve geen sprake van een onder invloed van uitwendige prikkels genomen besluit.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van vrijwillige terugtred. De voorbereidingshandelingen waren al voltooid toen de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen in de auto werden meegenomen met als doel een straatroof te plegen. Er was dus geen ruimte meer voor vrijwillige terugtred.
Het hof oordeelt als volgt over het verweer.
Of gedragingen van de verdachte toereikend zijn om te kunnen concluderen dat het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden die van zijn wil afhankelijk zijn, hangt - mede gelet op de aard van het misdrijf - af van de concrete omstandigheden van het geval. Voor het bewijs van het opgeven van de plannen zal veelal een doen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld het zich ontdoen van reeds bijeengebrachte spullen.
Het hof oordeelt dat er sprake is van voltooide voorbereidingshandelingen. Naar oordeel van het hof behelst het dossier geen enkele objectieve aanwijzing dat de verdachte op enig moment op zijn schreden heeft willen terugkeren. De verdachte heeft een lange tijd rondgereden met middelen die konden worden gebruikt voor de beoogde straatroof, zonder zich op enig moment van (een of meerdere van) die middelen te ontdoen. Het enkele doorrijden van de verdachte in Vinkeveen nadat ze een potentieel slachtoffer hadden gevonden, in plaats van daar en toen te stoppen, is niet toereikend om te kunnen concluderen dat sprake is geweest van vrijwillige terugtred. Daarbij merkt het hof op dat de verdachte van Abcoude naar Vinkeveen was doorgereden omdat in Abcoude op dat moment geen potentiële slachtoffers te vinden waren. Reeds dat is een van buiten komende omstandigheid die maakt dat van vrijwillige terugtred ten aanzien van het tenlastegelegde geen sprake meer kon zijn.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.