Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-19
ECLI:NL:HR:2025:1970
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
1,373 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 25/02750
Datum 19 december 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door [A],
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P] ,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 juni 2025, nrs. BRE 21/01981 en 21/1982, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 29 juli 2022.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
ECLI:NL:RBZWB:2025:3864.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1970 text/xml public 2025-12-20T00:01:56 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-19 25/02750 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In sprongcassatie op: ECLI:NL:RBZWB:2025:3864 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1970 text/html public 2025-12-19T10:19:29 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1970 Hoge Raad , 19-12-2025 / 25/02750 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02750 Datum 19 december 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P] , op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 juni 2025, nrs. BRE 21/01981 en 21/1982 , op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 29 juli 2022. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025. ECLI:NL:RBZWB:2025:3864.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1970 text/xml public 2025-12-20T00:01:56 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-19 25/02750 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In sprongcassatie op: ECLI:NL:RBZWB:2025:3864 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1970 text/html public 2025-12-19T10:19:29 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1970 Hoge Raad , 19-12-2025 / 25/02750 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02750 Datum 19 december 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P] , op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 juni 2025, nrs. BRE 21/01981 en 21/1982 , op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 29 juli 2022. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025. ECLI:NL:RBZWB:2025:3864.