Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-19
ECLI:NL:HR:2025:1952
Civiel recht; Personen- en familierecht
Artikel 81 RO-zaken
1,440 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01879
Datum 19 december 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [verzoeker 1],
wonende te [plaats], Zwitserland,
2. [verzoekster 2],
wonende te [plaats], Zwitserland,
3. [verzoeker 3],
wonende te [plaats], Verenigde Arabische Emiraten,
4. [verzoekster 4],
wonende te [plaats],
5. [verzoeker 5],
wonende te [plaats],
6. [verzoeker 6],
wonende te [plaats],
7. [verzoeker 7],
wonende te [plaats],
8. [verzoeker 8],
wonende te [plaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [de erven],
advocaat: A.C. de Bakker,
tegen
1. [verweerster],
wonende te [plaats], Italië,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
niet verschenen,
2. [executeur 1], in zijn hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van [erflaatster],
wonende te [plaats],
BELANGHEBBENDE in cassatie,
hierna: [executeur 1],
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 10082214 OV VERZ 22-5510 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 juli 2023;
b. de beschikkingen in de zaak 200.333.776/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 april 2024 en 20 februari 2025.
[de erven] hebben tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] en [executeur 1] hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de erven] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 19 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1952 text/xml public 2026-02-06T10:07:28 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-19 25/01879 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Civiel recht; Personen- en familierecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1211 In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2025:423 Rechtspraak.nl VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0009 RvdW 2026/141 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1952 text/html public 2025-12-19T09:55:11 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1952 Hoge Raad , 19-12-2025 / 25/01879 Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verzoek machtiging om alsnog beneficiair te aanvaarden (art. 4:194a lid 1 BW). Toerekening kennis executeur (art. 4:145 BW; art. 3:60 lid 2 BW; art. 3:66 lid 1 BW)? HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/01879 Datum 19 december 2025 BESCHIKKING In de zaak van 1. [verzoeker 1], wonende te [plaats], Zwitserland, 2. [verzoekster 2], wonende te [plaats], Zwitserland, 3. [verzoeker 3], wonende te [plaats], Verenigde Arabische Emiraten, 4. [verzoekster 4], wonende te [plaats], 5. [verzoeker 5], wonende te [plaats], 6. [verzoeker 6], wonende te [plaats], 7. [verzoeker 7], wonende te [plaats], 8. [verzoeker 8], wonende te [plaats], VERZOEKERS tot cassatie, hierna gezamenlijk: [de erven], advocaat: A.C. de Bakker, tegen 1. [verweerster], wonende te [plaats], Italië, VERWEERSTER in cassatie, hierna: [verweerster], niet verschenen, 2. [executeur 1], in zijn hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van [erflaatster], wonende te [plaats], BELANGHEBBENDE in cassatie, hierna: [executeur 1], niet verschenen. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikking in de zaak 10082214 OV VERZ 22-5510 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 juli 2023; b. de beschikkingen in de zaak 200.333.776/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 april 2024 en 20 februari 2025. [de erven] hebben tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] en [executeur 1] hebben geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [de erven] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 19 december 2025 .