Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-16
ECLI:NL:HR:2025:1937
Strafrecht
Cassatie
2,086 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02296 B
Datum 16 december 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 28 mei 2024, nummer RK 24/010076, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de klager.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten M.M. Kuyp en J.L. Baar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing naar de rechtbank Noord-Holland, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank dat de inbeslaggenomen personenauto aan de klager is gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning daarvan te bemoeilijken of te verhinderen.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.13.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1937 text/xml public 2026-02-06T10:07:23 2025-12-15 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-16 24/02296 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1234 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0395 RvdW 2026/172 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1937 text/html public 2025-12-15T11:32:53 2025-12-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1937 Hoge Raad , 16-12-2025 / 24/02296 Beklag, beslag ex art. 94a Sv op personenauto onder klager i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen broer van klager t.z.v. verdenking van brandstichting. Anderbeslag ex art. 94a.4 en 94a.5 Sv. Kon Rb oordelen dat auto aan klager is gaan toebehoren met kennelijk doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oordeel Rb dat zich situatie a.b.i. art. 94a.4 en 94a.5 Sv voordoet, is niet zonder meer begrijpelijk. Vaststellingen van Rb dat overschrijving van auto heeft plaatsgevonden vlak nadat broer van klager is geïnformeerd over omstandigheid dat hij zich diende te melden op politiebureau en dat broer van klager aan klager het bericht heeft gestuurd “bro schrijf die auto gewoon over. Ik zit zo meteen binnen”, laten scenario zoals geschetst en onderbouwd door klager open dat auto aan hem zou worden overgedragen en dat overschrijving en koop is vervroegd vanwege mogelijke detentie van broer van klager. Daarmee is oordeel Rb dat voertuig aan klager is gaan toebehoren met kennelijk doel de uitwinning van dat voorwerp te bemoeilijken of verhinderen en dat klager dat wist of redelijkerwijze kon vermoeden, niet z.m. begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02296 B Datum 16 december 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 28 mei 2024, nummer RK 24/010076, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000, hierna: de klager. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten M.M. Kuyp en J.L. Baar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing naar de rechtbank Noord-Holland, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank dat de inbeslaggenomen personenauto aan de klager is gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning daarvan te bemoeilijken of te verhinderen. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.13. 3 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1937 text/xml public 2026-02-06T10:07:23 2025-12-15 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-16 24/02296 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1234 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0395 RvdW 2026/172 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1937 text/html public 2025-12-15T11:32:53 2025-12-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1937 Hoge Raad , 16-12-2025 / 24/02296 Beklag, beslag ex art. 94a Sv op personenauto onder klager i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen broer van klager t.z.v. verdenking van brandstichting. Anderbeslag ex art. 94a.4 en 94a.5 Sv. Kon Rb oordelen dat auto aan klager is gaan toebehoren met kennelijk doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oordeel Rb dat zich situatie a.b.i. art. 94a.4 en 94a.5 Sv voordoet, is niet zonder meer begrijpelijk. Vaststellingen van Rb dat overschrijving van auto heeft plaatsgevonden vlak nadat broer van klager is geïnformeerd over omstandigheid dat hij zich diende te melden op politiebureau en dat broer van klager aan klager het bericht heeft gestuurd “bro schrijf die auto gewoon over. Ik zit zo meteen binnen”, laten scenario zoals geschetst en onderbouwd door klager open dat auto aan hem zou worden overgedragen en dat overschrijving en koop is vervroegd vanwege mogelijke detentie van broer van klager. Daarmee is oordeel Rb dat voertuig aan klager is gaan toebehoren met kennelijk doel de uitwinning van dat voorwerp te bemoeilijken of verhinderen en dat klager dat wist of redelijkerwijze kon vermoeden, niet z.m. begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02296 B Datum 16 december 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 28 mei 2024, nummer RK 24/010076, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000, hierna: de klager. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten M.M. Kuyp en J.L. Baar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing naar de rechtbank Noord-Holland, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank dat de inbeslaggenomen personenauto aan de klager is gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning daarvan te bemoeilijken of te verhinderen. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.13. 3 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025 .