Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-12
ECLI:NL:HR:2025:1894
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,701 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/04007
Datum 12 december 2025
ARREST
In de zaak van
1. ROEBIA ZORG DIENST VERLENING B.V.,
gevestigd te Almere,
2. [bestuurder 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [bestuurder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [bestuurder 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [bestuurder 5],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: de bestuurders,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
Mark-Hendrik DE VRIES q.q.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
In de vrijwaring:
ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
hierna: het zorgkantoor,
advocaat: M.S. van der Keur.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaken C/16/514164 / HL ZA 20-363 en C/16/525086 / HL ZA 21-208 / HvW/5452 van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2021 en 14 december 2022, hersteld bij vonnis van 11 januari 2023;
b. de arresten in de zaak 200.329.718/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 maart 2024 en 30 juli 2024.
De bestuurders hebben tegen het arrest van het hof van 30 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld.
De curator en het zorgkantoor hebben ieder afzonderlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de bestuurders heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de bestuurders in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan, en aan de zijde van het zorgkantoor begroot op 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1894 text/xml public 2026-01-30T15:30:00 2025-12-11 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-12 24/04007 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht; Ondernemingsrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:4945 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1045 Rechtspraak.nl INS-Updates.nl 2026-0022 RvdW 2026/85 OR-Updates.nl 2026-0014 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1894 text/html public 2025-12-12T09:44:43 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1894 Hoge Raad , 12-12-2025 / 24/04007 Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement (art. 2:248 BW) en vrijwaringszaak. O.m. klacht dat hof onjuiste maatstaf heeft gehanteerd voor bestuurdersaansprakelijkheid. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/04007 Datum 12 december 2025 ARREST In de zaak van 1. ROEBIA ZORG DIENST VERLENING B.V., gevestigd te Almere, 2. [bestuurder 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], 3. [bestuurder 3], wonende te [woonplaats], 4. [bestuurder 4] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], 5. [bestuurder 5], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, hierna: de bestuurders, advocaat: H.J.W. Alt, tegen Mark-Hendrik DE VRIES q.q., kantoorhoudende te Amsterdam, VERWEERDER in cassatie, hierna: de curator, advocaat: B.I. Kraaipoel, In de vrijwaring: ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna: het zorgkantoor, advocaat: M.S. van der Keur. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaken C/16/514164 / HL ZA 20-363 en C/16/525086 / HL ZA 21-208 / HvW/5452 van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2021 en 14 december 2022, hersteld bij vonnis van 11 januari 2023; b. de arresten in de zaak 200.329.718/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 maart 2024 en 30 juli 2024. De bestuurders hebben tegen het arrest van het hof van 30 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld. De curator en het zorgkantoor hebben ieder afzonderlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de bestuurders heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt de bestuurders in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan, en aan de zijde van het zorgkantoor begroot op 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025 .