Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-12
ECLI:NL:HR:2025:1892
Civiel recht; Personen- en familierecht
Artikel 81 RO-zaken
1,614 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00522
Datum 12 december 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [plaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: J.A.J. Leeman,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/13/759185 / FA RK 24-7611 van de rechtbank Amsterdam van 14 november 2024.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1892 text/xml public 2026-03-23T15:05:10 2025-12-11 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-12 25/00522 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Civiel recht; Personen- en familierecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1171 Rechtspraak.nl RvdW 2026/89 JGz 2026/8 met annotatie van dr. J.J. de Jong http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1892 text/html public 2025-12-12T09:30:53 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1892 Hoge Raad , 12-12-2025 / 25/00522 Art. 81 lid 1 RO. Zorgwetten. Wvggz. Beroep op wilsbekwaam verzet ten onrechte niet gehonoreerd? Art. 2:1 lid 6 Wvggz. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/00522 Datum 12 december 2025 BESCHIKKING In de zaak van [betrokkene], wonende te [plaats], VERZOEKER tot cassatie, hierna: betrokkene, advocaat: J.A.J. Leeman, tegen DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM, VERWEERDER in cassatie, hierna: de officier van justitie, niet verschenen. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/13/759185 / FA RK 24-7611 van de rechtbank Amsterdam van 14 november 2024. Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1892 text/xml public 2026-03-23T15:05:10 2025-12-11 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-12 25/00522 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Civiel recht; Personen- en familierecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1171 Rechtspraak.nl RvdW 2026/89 JGz 2026/8 met annotatie van dr. J.J. de Jong http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1892 text/html public 2025-12-12T09:30:53 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1892 Hoge Raad , 12-12-2025 / 25/00522 Art. 81 lid 1 RO. Zorgwetten. Wvggz. Beroep op wilsbekwaam verzet ten onrechte niet gehonoreerd? Art. 2:1 lid 6 Wvggz. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/00522 Datum 12 december 2025 BESCHIKKING In de zaak van [betrokkene], wonende te [plaats], VERZOEKER tot cassatie, hierna: betrokkene, advocaat: J.A.J. Leeman, tegen DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM, VERWEERDER in cassatie, hierna: de officier van justitie, niet verschenen. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/13/759185 / FA RK 24-7611 van de rechtbank Amsterdam van 14 november 2024. Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025 .