Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-12
ECLI:NL:HR:2025:1884
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Artikel 81 RO-zaken
2,075 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/04031
Datum 12 december 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.P. Streng,
tegen
1. [verweerster 1] V.B.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats], Aruba,
2. A.Z. PRIVE INVESTMENTS & HOLDING V.B.A.,
gevestigd te Oranjestad West, Aruba,
3. [verweerster 3] V.B.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats], Aruba,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweersters],
advocaat: M. Littooij.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak AUA201903376 van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 24 augustus 2022;
b. het vonnis in de zaak AUA201903376 - AUA2022H000221 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 30 juli 2024.
[eiser] heeft tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [eiser] en [verweersters] toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GAMZ c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1884 text/xml public 2026-01-30T10:02:26 2025-12-11 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-12 24/04031 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1205 Rechtspraak.nl RvdW 2026/86 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1884 text/html public 2025-12-12T09:57:46 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1884 Hoge Raad , 12-12-2025 / 24/04031 Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Overeenkomstenrecht. Procesrecht. Ontbinding meerpartijenovereenkomst. Verrekening ongedaanmakingsverplichting en contractuele boete. Verbod van reformatio in peius. Devolutieve werking. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/04031 Datum 12 december 2025 ARREST In de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika, EISER tot cassatie, hierna: [eiser], advocaat: R.P. Streng, tegen 1. [verweerster 1] V.B.A., gevestigd te [vestigingsplaats], Aruba, 2. A.Z. PRIVE INVESTMENTS & HOLDING V.B.A., gevestigd te Oranjestad West, Aruba, 3. [verweerster 3] V.B.A., gevestigd te [vestigingsplaats], Aruba, VERWEERSTERS in cassatie, hierna: [verweersters], advocaat: M. Littooij. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. het vonnis in de zaak AUA201903376 van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 24 augustus 2022; b. het vonnis in de zaak AUA201903376 - AUA2022H000221 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 30 juli 2024. [eiser] heeft tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor [eiser] en [verweersters] toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GAMZ c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1884 text/xml public 2026-01-30T10:02:26 2025-12-11 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-12 24/04031 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1205 Rechtspraak.nl RvdW 2026/86 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1884 text/html public 2025-12-12T09:57:46 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1884 Hoge Raad , 12-12-2025 / 24/04031 Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Overeenkomstenrecht. Procesrecht. Ontbinding meerpartijenovereenkomst. Verrekening ongedaanmakingsverplichting en contractuele boete. Verbod van reformatio in peius. Devolutieve werking. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/04031 Datum 12 december 2025 ARREST In de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika, EISER tot cassatie, hierna: [eiser], advocaat: R.P. Streng, tegen 1. [verweerster 1] V.B.A., gevestigd te [vestigingsplaats], Aruba, 2. A.Z. PRIVE INVESTMENTS & HOLDING V.B.A., gevestigd te Oranjestad West, Aruba, 3. [verweerster 3] V.B.A., gevestigd te [vestigingsplaats], Aruba, VERWEERSTERS in cassatie, hierna: [verweersters], advocaat: M. Littooij. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. het vonnis in de zaak AUA201903376 van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 24 augustus 2022; b. het vonnis in de zaak AUA201903376 - AUA2022H000221 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 30 juli 2024. [eiser] heeft tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor [eiser] en [verweersters] toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GAMZ c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025 .