Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-09
ECLI:NL:HR:2025:1867
Strafrecht
Cassatie
1,913 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01647
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2023, nummer 23-002741-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.E. van der Werf bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep niet gericht tegen “de (partiële) vrijspraken en de overige voor verdachte gunstige beslissingen van het Gerechtshof Amsterdam”.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de opgelegde taakstraf en de vervangende hechtenis, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het onder 1 bewezenverklaarde medeplegen van gewoontewitwassen. Het voert daartoe onder meer aan dat het oordeel van het hof dat de hypothecaire geldlening van € 450.000 is verkregen door het gebruik van een valse werkgeversverklaring en valse arbeidsovereenkomsten, ontoereikend is gemotiveerd en ook niet verenigbaar is met de onherroepelijke vrijspraak door de rechtbank van de onder 2 als eerste tenlastegelegde oplichting.
2.2
Voor zover het cassatiemiddel daarover klaagt, faalt het. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/01646, ECLI:NL:HR:2025:1866.
2.3
De Hoge Raad heeft ook de verder in het cassatiemiddel aangevoerde klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 135 uren beloopt, subsidiair 67 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1867 text/xml public 2026-01-30T10:02:52 2025-12-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-09 23/01647 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:940 In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:883 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0388 RvdW 2026/95 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1867 text/html public 2025-12-05T11:46:26 2025-12-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1867 Hoge Raad , 09-12-2025 / 23/01647 Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). Bewijsklachten. 1. Is oordeel van hof dat hypothecaire geldlening van € 450.000 is verkregen door gebruik van valse werkgeversverklaring en valse arbeidsovereenkomst toereikend gemotiveerd? 2. Is dit oordeel verenigbaar met onherroepelijke vrijspraak door Rb van tlgd. oplichting? Om redenen vermeld in HR:2025:1866 faalt middel. Volgt verwerping. Samenhang met 23/01646. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/01647 Datum 9 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2023, nummer 23-002741-18, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.E. van der Werf bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep niet gericht tegen “de (partiële) vrijspraken en de overige voor verdachte gunstige beslissingen van het Gerechtshof Amsterdam”. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de opgelegde taakstraf en de vervangende hechtenis, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over het onder 1 bewezenverklaarde medeplegen van gewoontewitwassen. Het voert daartoe onder meer aan dat het oordeel van het hof dat de hypothecaire geldlening van € 450.000 is verkregen door het gebruik van een valse werkgeversverklaring en valse arbeidsovereenkomsten, ontoereikend is gemotiveerd en ook niet verenigbaar is met de onherroepelijke vrijspraak door de rechtbank van de onder 2 als eerste tenlastegelegde oplichting. 2.2 Voor zover het cassatiemiddel daarover klaagt, faalt het. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/01646, ECLI:NL:HR:2025:1866. 2.3 De Hoge Raad heeft ook de verder in het cassatiemiddel aangevoerde klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis; - vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 135 uren beloopt, subsidiair 67 dagen hechtenis; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025 .