Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-09
ECLI:NL:HR:2025:1708
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,511 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04831
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-001969-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] V.O.F.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.H.J.G. van Voorthuizen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04831
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-001969-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] V.O.F.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.H.J.G. van Voorthuizen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1708 text/xml public 2026-01-30T10:02:27 2025-11-17 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-09 23/04831 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2023:10057 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1056 Rechtspraak.nl RvdW 2026/111 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1708 text/html public 2025-11-21T14:03:32 2025-12-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1708 Hoge Raad , 09-12-2025 / 23/04831 “Fipronilcrisis” in 2017. Medeplegen op de markt brengen van bestrijdingsmiddel “fipronil” (tegen bloedluis bij kippen) in wetenschap dat dit schadelijk is voor leven of gezondheid terwijl schadelijk karakter wordt verzwegen voor afnemers, waardoor miljoenen eieren in Nederland besmet raken met dit bestrijdingsmiddel, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 174.1 Sr en medeplegen gebruiken en in voorraad hebben van enkele andere verboden biociden, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 43.1 en 43.3 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 1. Ontvankelijkheid OM in vervolging t.z.v. feiten die in België zijn gepleegd, art. 2 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging v.zv. tlgd. feiten zich in België hebben afgespeeld, nu feiten daar niet strafbaar zijn, art. 7 Sr. 2. Bewijsklachten “te koop aanbieden”, “verkopen” en “afleveren” a.b.i. art. 174 Sr, “schadelijkheid” a.b.i. art. 174 Sr, “wetenschap” a.b.i. art. 174 Sr, “inwisselbaarheid” van gedragingen van verdachte en andere vennootschap, “wetenschap” van niet-toegelaten biociden en pleegperiode. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04828, 23/04829 en 23/04975. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04831 Datum 9 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-001969-21, in de strafzaak tegen [verdachte] V.O.F., gevestigd in [vestigingsplaats] , hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.H.J.G. van Voorthuizen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025 .